Iedere klas heeft zo zijn taak, we werken met een vast schema voor elke klas:
-
Het eerste leerjaar plant zonnebloemen en ajuinen.
-
Het tweede leerjaar zaait 4 rijtjes boontjes. Onmiddellijk na het zaaien, spannen ze een net over het perkje om de vogels te beletten de zaadjes op te pikken. Ze gaan ook broccoli planten en nog wat andere koolsoorten.
-
Het derde leerjaar gaat voor afrikaantjes, sla en courgettes.
-
Het vierde leerjaar plant aardappelen en zomerprei. Dat mag wat dieper dan vorig jaar, toen waren er nog te veel groene aardappelen bij de oogst.
-
Wortelen, radijzen, paprika zijn dan weer voor het vijfde leerjaar. En het zesde doet wat met selder (witte en knolselder), pompoenen en tomaten.
Onze leerlingen worden regelmatig verrast met een gezond tussendoortje en dat vinden ze heel gezellig. Onze schooltuin blijkt een pluspunt te worden naar de buitenwereld toe, we krijgen veel positieve reacties uit de omgeving: ouders, verenigingen, dorpsbewoners. De schoolverlaters van het vorige schooljaar brengen we een pompoen, een knolselder of Chinese kool aan huis, als dank voor de inzet van de voorgaande schooljaren.
(februari 2010)
Soepdag
Benodigdheden : 4 kookpotten van ongeveer 8 l
• 30 ajuinen
• 12 prei
• 2.250 kg wortelen
• 2 tot 3 kg pompoenen (pitten bewaren) en tomaten (Julienne diepvries en tuin)
• 3 potjes roomkaas met kruiden Tomaten in blik met basilicum (2)
• 2 doosjes tuinkruiden
• 2 doosjes kippenkruiden
(Oktober 2009 )
Oogsten van de groenten
Zesde klas: knolselder uitdoen eind oktober en verdelen onder de schoolverlaters (aanvullen met Chinese kool want er zijn er enkele te weinig) (ook denken aan Berry)
Vijfde klas: heeft aardappelen geoogst en worden in project gebruikt
Vierde klas: pompoenen oogsten en opruimen; deze worden gebruikt voor de soep
Derde klas: Afrikaantjes uitdoen en zaad trekken
Overige groenten worden voor de soep gebruikt en nadien verdeeld nl. prei, tomaten, ajuin, wortelen, paprika. Koolsoorten worden later geoogst
(September 2009 )
Dit zijn maar enkele flitsen uit ‘onze schooltuin’. We doen nog vele andere dingen in onze tuin, zeker wat het onderhoud betreft komt er heel wat meer bij kijken. We hopen dat het enthousiasme bij de leerlingen blijft zodat we dit tuinproject nog jaren kunnen verder zetten.
Eén van de eerste tuinactiviteiten in het begin van het nieuwe schooljaar: aardappels rooien.
Reeds enkele jaren krijgen we hulp van vrijwilligers (ouders, grootouders of een lid van de LG). De leerlingen vinden het niet zo fijn om met blote handen in de aarde te woelen; daarom dragen ze handschoenen.

Vervolgens begint de vijfde klas aan hun aardappelproject. Ze sluiten dit project af met zelf frieten maken en zelf chips maken. Het ‘aardappel schillen’ is ieder jaar een hele belevenis. Hier en daar moeten er pleistertjes geplakt worden bij leerlingen die zich gesneden hebben. Gelukkig blijft bij kleine snijwonden.

Reeds jaren maken we soep voor de hele lagere school.

Ook de kleutertjes maken ieder jaar soep met groenten uit onze schooltuin.



Ondertussen wordt het buiten steeds kouder en maken we onze tuin winterklaar.
De groenten die niet tegen het vriesweer kunnen worden uitgedaan en verdeeld onder de leerlingen die deze groenten verzorgd hebben.
Op de open ruimte leggen we zoals ieder jaar karton. Zo blijft de ondergrond goed luchtig en het onkruid krijgt tijdens het voorjaar niet de kans om te groeien.
Vlak na de paasvakantie spitten de leerling van 4, 5 en 6 de tuin om. Hierbij krijgen we ieder jaar hulp van leden van LG Beek. Wanneer het spitten klaar is, kan het zaaien en planten beginnen.


Peterselie zaaien! Sla zaaien en slaplantjes planten. Zo kunnen de leerlingen het onderscheid in het groeiproces vaststellen.


Het eerste leerjaar zaait zonnebloemen in kleine potjes. De helft van de potjes blijft in de klas staan en de andere helft plaatsen ze in de tuin. Hier kunnen de leerlingen het onderscheid in het groeiproces ook weer vaststellen. Gezaaide Afrikaantje worden afzonderlijk in potjes geplant om ze later in de tuin te planten.


De eerste tussendoortjes kunnen we proeven: radijsjes!! Hoe proeven ze? Zijn ze lekker? Voor vele leerlingen een hele ontdekking.

Tuinonderhoud is er noodzakelijk, maar soms erg moeilijk. Denk maar eens aan de worteltjes die net uitkomen. Daar groeit het onkruid precies vlugger als de wortel. Onkruid gooien we eerst op de compostdroogrek. De aarde die aan het onkruid blijft hangen, kan zo drogen. Enkele dagen later zeven we het onkruid en gooien het dan in één van de compostbakken.


Bij ieder groentebed plaatsen we een bordje met de naam en een afbeelding van de groente op.

De rabarber is goed gegroeid. Tijd voor een tussendoortje! Aardbeien lusten we ook!


Een afdak voor onze tomaten, zo beschermen we de tomaten tegen de regen en barsten ze niet.


De prei moeten we kortwieken tegen de preivlieg.

De tijd is aangebroken om van de rijpe vruchten gelei te maken. De derde klas maakt van rabarbergelei voor vaderdag. Dit smaakt de papa’s ieder jaar.



Een deel van de rode bessen eten we met de hele school als gezond tussendoortje. De vijfde klas maakt gelei van de rode bessen. Een hele opgave om de bessen te ontdoen van de steeltjes, maar de gelei is erg lekker.

Op het einde van de vakantie kijken de aardappelen reeds uit naar het moment dat ze gerooid worden… En zo zijn we het hele jaartje rond.