Uit een donker holletje
kroop een krokusbolletje.
Het wou de school zien
en het ijs.
En daarom stak het eigenwijs
zijn kleine kopje uit de grond
en keek de witte wereld rond.
Maar hoei...
Het rilde van de kou.
Gelukkig kwam daar toen een mevrouw
die een mutsje breide
en een das.
Zo wachtte het bolletje tot het lente was.