400.000 mensen wonen in achtergestelde plattelandsbuurten

Op het platteland is achterstelling minder zichtbaar, complex en moeilijk te meten. Er zijn op het platteland twee soorten achterstelling. Kenmerken van de eerste, de stedelijkachtige, zijn bijvoorbeeld de grote aantallen alleenstaanden en werklozen. De tweede, de typische plattelandsachterstelling; kenmerkt zich onder meer door het aandeel slechte woningen. Deze laatste achterstelling vind je bijvoorbeeld in de Westhoek en het Hageland. Dat blijkt uit een onderzoek door geografen van de K.U.Leuven. Een duidelijk beeld van deze plattelandsachterstelling vind je op onderstaande kaart:

In opdracht van de vijf provinciebesturen maakten de onderzoekers een kaartenatlas van Vlaanderen. De gegevens zijn afkomstig uit de socio-economische enquête uit 2001 op buurtniveau, door het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS). Deze enquête is gedetailleerder dan de gemeentelijke gegevens. De geografen combineerden ook gegevens en stelden zo ‘achterstellingsindicatoren’ op. Dit geeft voor het eerst een duidelijk beeld over de ruimtelijke verdeling van de achterstelling (of armoede).

De onderzoekers maakten een onderscheid tussen een plattelandsgerelateerde en een (groot)stedelijke achterstelling . In de steden scoren vooral de 19de- eeuwse woonwijken negatief. De onderzoekers schatten het aantal mensen dat in achtergestelde buurten woont voor de (groot)steden op 900.000 (met Brussel 500.000) en op het platteland op 400.000. Een gericht doelgroepenbeleid kan deze problemen aanpakken.

Alle kaarten zijn hier te vinden.

(Bron: artikel uit De Standaard van 7 juni 2008: ‘Plattelandsarmoede verdoken’)

 
Disclaimer | Contact | Site-map