Wat worden ze snel groot! | Landelijke Gilden
Menu

Terug naar Actualiteit >Wat worden ze snel groot!

Geschreven op 14 mei 2019. - Nieuws, Eten en drinken

De asperge is één van de alleroudste tuinbouwgewassen, waarvan de oorsprong teruggaat tot voor onze tijdrekening. De asperge is naar alle waarschijnlijkheid afkomstig van het Middellandse Zeegebied. Omstreeks 1100 wordt er in de literatuur melding gemaakt van de asperge zoals wij die nu kennen. In onze regio’s heeft de aspergeteelt zich ontwikkeld tijdens de Middeleeuwen. In ons land kwam de aspergeteelt sterk op gang in de 19de eeuw met als centra Werchter en Klein-Brabant.

De asperge heet officieel Asparagus officinalis L. en behoort tot de familie van de lelie-achtigen. De naaldvormige bladeren zijn schijnbladeren, die in feite fijne twijgen zijn. Asperges zijn jonge stengels die vanuit de wortel (wortelstok of ‘klauw’) van de aspergeplant opschieten.

Asperges zijn een authentieke lentegroente: het seizoen van de vollegrondasperge begint meestal rond half april en eindigt traditioneel op 24 juni, het feest van Sint-Jan. De teelt kan vervroegd worden door de bedden af te dekken met folie. Asperges worden ook geteeld in glazen serres of in plastiek tunnels. De topmaanden voor de asperge zijn mei en juni.

Het telen van witte asperges is erg arbeidsintensief en vraagt veel zorg en onderhoud. Asperges groeien het best in lichte zandgronden, rijk aan humus, die in het voorjaar snel opwarmen. In zwaardere gronden vormt de aspergeplant kromme stengels en loopt hij veel te laat in het voorjaar uit.  Asperges worden geplant in “bedden”. Door deze bedden op te hogen, blijft de stengel mooi wit. Bovendien vergemakkelijken de bedden het oogsten. Ook de structuur van de bedden is belangrijk: de asperges groeien mooi recht naar boven in een bed met een losse structuur.

Een asperge-aanplanting gaat 8 à 10 jaar mee. Nadien dient er wel 30 jaar gewacht te worden alvorens opnieuw asperges te zetten op datzelfde perceel. Het oogsten van de asperge noemt men ‘steken’ en gebeurt net op het moment dat het kopje van de asperge boven de grond zou gaan steken. Er wordt een gleufje van 10 cm vrijgemaakt rond de asperge, waarop de asperge zorgvuldig en zo laag mogelijk met een speciaal mes wordt afgesneden. Een asperge kan op één dag tot 10 cm groeien. In piekperiodes kan de opbrengst 700 kg asperges/ha bedragen.

 

Na 24 juni, het feest van Sint-Jan, is het officiële aspergeseizoen voorbij. Als je te lang blijft oogsten, is dat nefast voor de productie van het volgende jaar. Na de oogst wordt er bemest. De plant groeit dan door en vormt een struik, waaraan rode bolletjes zitten, het zaad. In het najaar kleurt het loof van de struik geel en sterft af, nadat alle voedingsstoffen zijn opgeslagen in de wortelstok en nieuwe ogen zijn gevormd voor volgend jaar. De wortelstok zit goed beschermd onder de grond en kan zo overwinteren.  

Wist je dat?

  • Verse asperges herken je aan het piepend of krakend geluid als je ze tegen elkaar wrijft.
  • Je consumeert asperges best zo vers mogelijk. Dan zijn ze het lekkerst. Om te bewaren, wikkel je de asperges best in een vochtige doek en bewaar je ze op een koele, donkere plaats. Op die manier zijn de asperges beschermd tegen daglicht en uitdroging.
  • Je kan asperges ook tot 9 maanden in de diepvries bewaren door ze te blancheren, af te laten koelen en vervolgens in te vriezen met het kookvocht.
  • Het is erg belangrijk dat de asperges goed worden schoongemaakt. Groene asperges hebben een dunnere schil en hoeven niet noodzakelijk worden geschild. Witte asperges moeten wel altijd geschild worden.
  • Oude kruidenboeken omschrijven de asperge als een geneeskruid. In asperges zit de stof asparagine, die een gunstige uitwerking heeft op leverstoornissen, onvoldoende nierfunctie, jicht, chronische reuma, vermoeidheid en hartkloppingen.
  • De asperges is ook bekend voor zijn vochtafdrijvende eigenschappen en zijn stimulerende werking op de nieren
  • Net zoals alle groenten, bevat de asperge erg weinig calorieën: 20 kcal/100 g)
  • Asperges zijn een goede bron van vitamines (vooral vit B1, vit B2 en vit C), mineralen en voedingsvezels