Basiszorg op het platteland | Landelijke Gilden
Menu

Terug naar Actualiteit >Basiszorg op het platteland

Geschreven op 19 februari 2020. - Nieuws, Maatschappelijke dossiers

Met de regelmaat van een klok duikt het spook op van de sluiting van de kleine regionale ziekenhuizen. Recent was er heel wat te doen over een studie van het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) die stelt dat zeventien kleine materniteiten kunnen worden gesloten zonder in te boeten op kwaliteit of toegankelijkheid van de zorg. De studie gaat voorbij aan de meest essentiële vraag: Welk pakket aan basisgezondheidszorg moet de ziekenhuiswereld binnen een redelijke aanrijtijd aanbieden? En behoort kraamzorg daartoe? Voor Landelijke Gilden behoort ‘geboren worden’ in elk geval tot de meest elementaire basiszorg en moet deze voor elke Vlaming – waar hij ook woont – toegankelijk blijven.
 

1.     Ruimtelijke toegankelijkheid primeert op efficiëntie

Positief is de principiële stellingname dat de ‘ruimtelijke toegankelijkheid’ van het aanbod primeert op de ‘efficiëntie’. De bereikbaarheid binnen de maximale aanrijtijd van 30 minuten (15 minuten buiten de spits) is een wat arbitraire, maar een veilige en internationaal vaak gehanteerde grens. Positief is ook dat de analyse zich niet beperkt tot deze aanrijtijd, maar ook de toegankelijkheid van de bedden tracht in te schatten. Hier stoot het onderzoek op de ontbrekend gegevens rond de reële bedden en de reële inzet van verpleegkundigen. M.a.w. de eerder ‘theoretische’ analyse van het overschot aan erkende bedden en de absorptiecapaciteit is ‘onaf’ en moet aangevuld worden met reële cijfers op regionaal niveau.

2.     Te kleine ziekenhuizen inefficiënt, en te grote?

De studie toont verder – niet echt verwonderlijk – aan hoe met de huidige financiering de efficiëntie van materniteiten samenhangt met het aantal bevallingen per jaar. Een tiental Vlaamse kraaminrichtingen halen de kritische drempel van 557 bevallingen per jaar niet. De negen mogelijk te sluiten kraaminrichtingen zijn, op Oostende na, allemaal kleine regionale ziekenhuizen in Oost- en West-Vlaanderen: Deinze, Geraardsbergen, Knokke-Heist, Menen, Oudenaarde, Ronse en Tielt. Vanuit de ruimtelijke toegankelijkheid – een maximale aanrijtijd van 30 minuten – wordt één ‘inefficiënte’ instelling (nl. Veurne) als noodzakelijk te behouden beschouwd.

We willen benadrukken dat de studie een sterk ingeperkte scope heeft en in die zin ‘onaf’ is. Zo komt de kwaliteit van de zorg bijvoorbeeld niet aan bod. De studie focust vooral op de financiële efficiëntie en het vinden van een optimale minimum-schaalgrootte. De materniteiten die deze minimum-drempel van 557 bevallingen niet halen worden echter grotendeels los gezien van de mogelijke efficiëntiewinsten bij de materniteiten met 600 tot 900 bevallingen per jaar. En ook de afweging tussen de baten en de kosten voor de sluiting en de herstructurering en het bijhorende gevaar van schaalnadelen (vanaf 2000 bevallingen), vallen buiten de scope.

De studie maakt ook abstractie van de effecten van een eventuele sluiting van materniteiten op de aangrenzende dienstverlening en op het functioneren van een ziekenhuis in het algemeen. Het is immers zeer waarschijnlijk dat de afbouw van een materniteit binnen een ziekenhuis direct zal leiden tot een terugloop in de pediatrie en de postnatale opvolging en begeleiding.

3.     Aflijnen basisgezondheidszorg en intramurale zorg zijn fundamenteel

Tenslotte blijft de meest fundamentele vraag onbeantwoord. Wat zal de taak van een materniteit in de toekomst zijn en behoort zij tot de basiszorg die de bevolking mag verwachten in een ziekenhuis? Of meer algemeen: wat is het pakket basiszorg dat we met een redelijke aanrijtijd binnen een ziekenhuis gebiedsdekkend willen aanbieden (tegen welke prijs en met welke keuzevrijheid), en wat hoort niet thuis binnen de muren van een ziekenhuis?

Vooral wat dit laatste betreft, tasten regionale ziekenhuizen reeds zelf experimenteel mee de grenzen af. Via een vast nummer voor niet-dringende medische hulp (1733) worden patiënten doorverwezen naar de huisartsenwachtposten om zo het oneigenlijk gebruik van de spoeddienst terug te dringen en de eerste lijn maximaal te valoriseren.

Ook voor materniteiten lopen er specifieke en veelbelovende proefprojecten. In België bedraagt de gemiddelde verblijfsduur bij gezonde bevallingen 3,8 dagen, in Spanje 2,4 en in Zweden 2,3. In proefprojecten kon deze sterk worden teruggedrongen zonder kwaliteitsverlies, door bijkomende opleidingen voor thuisverpleegkundigen en huisartsen en door extra ondersteuning aan huis kort na de bevalling (vnl. kraamzorg en huisbezoeken door de vroedvrouw). Een stap verder zijn de zgn. ‘transmurale’ materniteiten, waar zelfstandige vroedvrouwen bevallingen begeleiden in een verloskamer van het ziekenhuis. Vroedvrouwen en gynaecologen van het ziekenhuis interveniëren enkel bij complicaties. Het transmuraal denken dient niet alleen ‘post-’ maar ook ‘pre-ziekenhuis’ te gebeuren. Het systematisch screenen van zwangere vrouwen op hun kwetsbaarheid door huisartsen én gynaecologen, is daarvan een mooi voorbeeld. In zekere zin is de KCE-studie ook in die zin ‘onaf’, omdat het systematisch bestuderen van deze experimenten de weg zou tonen niet alleen naar minder materniteiten, maar vooral naar meer transmurale zorg.

4. Een langzame wurggreep rond de kleine regionale ziekenhuizen

Voor de toekomst van het ziekenhuislandschap en onze gezondheidszorg is het primordiaal af te lijnen welke basisgezondheidszorg er binnen een redelijke aanrijtijd rond een ziekenhuis wordt georganiseerd, en wat binnen en wat buiten de muren van een ziekenhuis hoort. Het gaat niet op om één discipline (bv. materniteiten) uit de basiszorg te lichten zonder die globale doelstelling vast te leggen. Anders dreigt immers een sluipende besluitvorming waarbij kleine regionale ziekenhuizen discipline na discipline in een langzame wurggreep terecht komen. Voor Landelijke Gilden behoort ‘geboren worden’ in elk geval tot de meest elementaire basiszorg en moet de basisgezondheidszorg toegankelijk blijven voor elke Vlaming, waar hij ook woont. Regionale ziekenhuizen en centra met uitsluitend daghospitalisaties (bv. in Aarschot) vervullen hierin een essentiële rol.

BIJLAGE De belangrijkste grafieken uit: KCE, De organisatie van materniteiten in België (synthese), KCE Report 323As, 36p.

Elke stip staat voor een materniteit. De rode lijn geeft een gewogen gemiddelde van de scores weer en de zwarte stippellijnen geven de boven- en ondergrens van een 95% betrouwbaarheidsinterval.