Menu

Terug naar Actualiteit >Bescheiden stekelbessen

Geschreven op 27 mei 2019. - Nieuws, Tuinieren
stekelbes

Stekelbessen of kruisbessen zijn gemakkelijke bessenstruiken die het in de meeste tuingronden behoorlijk goed doen. Al blijkt een plekje in de zon het meest ideale te zijn. Kweek stekelbessen als struikjes of leid ze langs een draad, dan nemen ze minder plaats in. Zelfs in een pot zal de oogst je verrassen. 

 

Leuk om weten

In Groot-Brittannië bestonden in de 19de eeuw heel wat kruisbessenverenigingen die onderling streden om wie de grootste kruisbes kon telen. Dankzij die verenigingen zijn er meer dan 3.000 rassen ontdekt, nu bestaan er nog een 150-tal. 

De officiële naarm van kruisbes is Ribes uva-crispa 

 

De juiste plek 

Een kruisbes neemt weinig plaats in, wat de plant zeer geschikt maakt voor kleine tuinen. Heb je plaats voor meer dan één struikje? Dan is het interessant om een fruithaagje te maken met rassen die vroeg en laat rijpen. Dat levert een extra lang oogstseizoen op. Kruisbessen verlangen niet om in de volle zon te staan, een beetje schaduw is ideaal. 

Allerlei bodemsoorten zijn prima, een voedzame humusrijke grond is super. Plant ze niet op een te natte of te droge plek. Kruisbessen staan liefst in de zon, maar ze kunnen redelijk goed tegen de schaduw. Zelfs op een noordelijk gerichte muur doen ze het redelijk. 

 

De beste planttijd 

Zoals voor alle vruchtbomen is het einde van het najaar de beste planttijd voor stekelbessen. Het mag in elk geval niet vriezen of te nat zijn. 

Op een schrale grond is het een goed idee wat stalmest aan de grond toe te voegen. Gebruik enkel goed verteerde stalmest. Vermeng de aarde en stalmest goed en laat de grond dan een paar weken rusten voor je gaat planten. 

  • Plant je meerdere struikjes, zet ze dan 1,5 meter uit elkaar (als struik). Of leid ze langs een draad, dan nemen ze minder plaats in.  
  • Losse snoerbomen plant je op 30 cm uit elkaar. 

 

Goede rassen 

Kies eerst en vooral een ras dat ziektetolerant is. Kruisbessen zijn nogal  gevoelig voor bladvlekkenziekten en voor meeldauw. Tegenwoordig zijn er lekkere rassen die hier niet gevoelig voor zijn.  

Kijk dan of je groene, rode, witte of gele bessen wil. Ondanks de naam, zijn er zelfs stekelloze rassen.  

Stekelbessen bloeien redelijk vroeg in het voorjaar, gelukkig zijn ze redelijk goed bestand tegen de nachtvorst.  

  • 'Achilles' met paarsrode vruchten 
  • 'Rosko' heeft  lichtrode vruchten 
  • 'Whinham's Industry', donkerrode, sterk behaarde vruchten 
  • 'Whitesmith' met groene vruchten 
  • 'Golda', speciaal met gele gladde bessen 
  • 'invicta' is een ras met een hoge opbrengst, met grote lichtgroene bessen, en met stevige stekels 
  • 'Greeninch' toont een grote ziekteresistentie,  helaas zijn de rauwe vruchten niet zo lekker. Wel geschikt voor verwerking 

De Jostabes is een kruising tussen een stekelbes en een braam. 

 

Leiden en vormen 

Er zijn verschillende manieren mogelijk om een stekelbes op te kweken. 

  • Als struik 
  • Op een stam van 1 meter 
  • Te leiden in waaiervorm tegen een schutting of muur 
  • Als snoerboompje 

Behalve bij de struikvorm, moet je de plant opbinden tussen twee palen. Want de kroon wordt zwaar als er vruchten op hangen. 

 

Snoeien, leiden en vormen 

De eerste zomer na het planten kan je al bessen plukken. De vruchten worden gevormd op eenjarig hout, dat zijn de jonge takken van vorig jaar. Voor een goede oogst moet je dus snoeien, dat doe je best in februari of maart. Let op voor de doorns. 

Uiteraard heb je het minste snoeiwerk bij struikvorm. Knip elke tak met een derde terug. Tot op een knop die naar binnen wijst. Zo blijft de struik naar boven groeien. Daarna alle zijscheuten van de takken knippen tot op een of twee knoppen.  

 

Voeding 

Leg aan het einde van de winter een laag goed verteerde stalmest rondom de onderkant van de stammen en zorg dat het de stammen niet raakt. 

 

Oogsten en smullen 

De stekelbes bloeit in april en oogst je in juli. 

Bereid je voor op een kort oogstseizoen. Tracht er dan ook optimaal van te genieten. Door bijvoorbeeld in twee keer te oogsten. Wacht niet tot alle bessen helemaal rijp zijn. Pluk de eerste keer de dikste bessen er tussenuit om te verwerken in een taart. De resterende bessen rijpen verder tot zoetere vruchten. Die je dan allemaal op enkele dagen tijd oogst.  

Let op voor vogels en duiven, want die hebben in een mum van tijd de struik leeg gegeten. 

Na 10 jaar tijd zijn de planten uitgeleefd en is het tijd voor vervanging. 

De vruchten kan je enkele dagen fris bewaren. Ze laten zich ook goed invriezen of verwerken tot sap, confituur en versiering op de taart. 

 

Zeker uit te proberen

De frisse smaak van de stekelbessen combineert zeer goed met vlierbloesem, niet enkel culinair maar ook wat de timing betreft.