De saga van de aardappel (deel I) | Landelijke Gilden
Menu

Terug naar Actualiteit >De saga van de aardappel (deel I)

Geschreven op 24 november 2020. - Nieuws, Erfgoed, Eten en drinken, Landbouw
geschiedenis aardappelen

Karel de Vijfde, keizer van een rijk waar de zon nooit onderging, heeft nooit aardappelen gegeten. Niet dat hij ze niet lustte, althans dat weten we niet, want hij heeft nooit de kans gehad om ze te proeven, evenmin als zijn tijdgenoten en alle andere mensen die ooit in Europa leefden vóór hem. Nochtans lagen de veroveringstochten van zijn conquistadores aan de basis van de verspreiding van de “papa” in Europa.

Foto: Ruiterstandbeeld van Francisco Pizarro in Trojillo, zijn geboortestad.

Francisco Pizarro en de leden van zijn expeditie zijn wellicht de eersten die in contact kwamen met de aardappel. De “papas”, zoals ze in een plaatselijke taal genoemd werden, was immers het hoofdvoedsel van de Inca’s en hun voorgangers. De Europeanen hebben ze daar ongetwijfeld gegeten, maar legden niet het verband met voedsel voor hun thuisland. Het is pas rond 1570 dat de eerste aardappelen Spanje bereikten: eerst als medicinale plant (aardappelen voorkwamen en genazen o.a. scheurbuik) én als verzamelobject voor de kruidentuinen.

De eerste route van de aardappel loopt zonder twijfel van Spanje naar Italië, waar hij waarschijnlijk voor het eerst in Europa aangeplant is voor de voeding van mens en vee. Van Italië kwam de aardappel naar de Nederlanden. Clusius, humanist en botanicus, beschreef de plant in 1601 maar hier bleef de plant toch eerder een curiosum.
Ondertussen was de “potato” ook via Noord-Amerika naar Engeland en Ierland gebracht, waar men het economisch belang ervan inzag. De aardappel werd er vanaf de eerste helft van de 17de eeuw voor consumptie gekweekt. Paul Lindemans vertelt in zijn Geschiedenis van de landbouw dat in 1620 een uit zijn land verbannen Engelse kartuizermonnik, Robert Clark, in zijn bagage aardappelknollen meebracht naar Vlaanderen. Hij kende het belang van de aardappel voor de voeding van het volk en verspreidde de teelt in de streek van Nieuwpoort. Dit had ongetwijfeld meer dan gewoon succes. Het is wellicht via deze weg dat de aardappel in de volkskeuken terecht kwam. Het feit dat de benaming “papat” in Vlaanderen het meest gangbaar was zou hierop kunnen wijzen.

Toen Rembert Dodoens (1517-1585) zijn beroemde Cruydt-boek publiceerde in 1554 was er dus nog geen sprake van aardappelen. Er zijn evenwel verschillende edities van het Cruydt-boek. De versie van 1608 bevat voor het eerst een aanvulling met de nieuwe planten uit Zuid-Amerika. De aardappel wordt hierin beschreven. Een kort stukje geeft weer hoe hij kan klaargemaakt worden, o.a. geroosterd als kastanjes en gegaard als wortelen of pastinaak. Gekookt, van de schil ontdaan en geplet, om als tussengerecht  opgediend te worden met een bouillon van ram (of “Hamelen sop”, is een middeleeuws recept) of met boter gestoofd, wat ze even lekker maakt dan rapen…

Kan jij het gotisch schrift lezen?... Oefening baart kunst!*

In de laatste editie van het Cruydt-boeck van Dodoens uit 1644 werd ook de tekening van Clusius van de aardappelen overgenomen:

 

*Dit was er te lezen in het bovenstaand fragment (p.1477 in de versie van 1644):

“De wortelen van dit ghewas als castaniën ghebraden / oft als peen oft pastinaken gaer ghemaeckt / worden van de weecke ende slappe menschen nuttelijck ghegeten / om hun kracht te gheven: want sy voeden alsoo wel ende so veel als de pastinaken ; ende zijn windigh / ende daarom seer bequaem om bijslapens lustigh te maecken. De selve ghesoden / ende van hun buytenste vliesken berooft/ wat uytghedouwt / ende soo tusschen twee schotelen met hamelen sop oft met boter alleen ghestooft / zijn alsoo smaeckelijck als rapen. Maer rauw zijn se wat te windigh / ende onbequamer om eten / nae ’t ghevoelen Clusius / Die oock seydt dat se in Italien op sommighe plaetsen soo ghemeyn gheworden zijn/ dat se niet alleen de menschen / maer de verckens daer mede ghevoedt hebben. Dan de West-Indiaenen drooghen de wortelen in de sonne / ende maecken daer hun Churio van / als gheseydt is: ’t welck sy met groote winst in het land Collao van Peru voeren / midts dat aldaer anders gheen broodt en is.”

Voor wie het volledige Cruydt-boek er eens wil op naslaan:

Deel 1: klik hier voor de link naar Google Books
Deel 2: klik hier voor de link naar Google Books 

 

In een volgende nieuwsbrief blijven we nog even in het thema van de aardappel en kijken we naar de geschiedenis van de friet. Een artikeltje om naar uit te kijken!