Dertig per uur? Dat is zes maal sneller dan te voet | Landelijke Gilden
Menu

Terug naar Actualiteit >Dertig per uur? Dat is zes maal sneller dan te voet

Geschreven op 16 december 2020. - Persartikel, Maatschappelijke dossiers
zone 30 in Schiplaken

De oude omwalling, nu een ringweg, van de steden Brussel, Antwerpen, Gent, Hasselt, Leuven vormt de afbakening van de zone 30. Hier staat het verkeersbord F4a (en F4b bij het verlaten) waardoor je niet sneller dan 30 km/u mag rijden.

De Wegcode (K.B. 1/12/1975) verplicht de wegbeheerder dit bord te plaatsen als de verblijfsfunctie prioritair is in bepaalde straten. In mensentaal betekent dit dat auto’s trager moeten rijden wanneer voetgangers, fietsers en bewoners in grote getale gebruik maken van het publiek domein. Dit is veiliger voor iedereen, want hoe lager de snelheid, hoe meer de autobestuurder opmerkt en hoe korter de stopafstand*.

En wie aangereden wordt door een auto met 50 km per uur, loopt 5,5 keer meer kans om dat niet te overleven dan wie met 30 km per uur wordt aangereden. Geen overbodig weetje want 60% van de voetgangers die sterven bij een verkeersongeval, sterven in een zone 50.

Redenen genoeg dus om de zone 30 toe te passen waar véél passage is van zwakke weggebruikers. In schoolomgevingen is het vanaf 2005 verplicht maar voor dorpskernen of drukbezochte voorzieningen is het de wegbeheerder, meestal de gemeente, die over de invoering moet beslissen.

Was het tot voor kort een typisch stedelijk fenomeen, dan zijn er nu al meer plattelandsgemeenten die een zone 30 opzetten**. De weginrichting moet immers ook herdacht worden, simpel borden F4a zetten is volgens de Wegcode niet voldoende. De autobestuurder moet, apart van het verkeersbord of de aanduiding op zijn GPS, kunnen merken aan de weguitrusting dat trager rijden nodig is. Hierbij doet men beroep op de algemene regel in de Wegcode (art. 10) dat de bestuurder zijn snelheid moet aanpassen aan kwetsbare weggebruikers, de verkeersdrukte, de staat van de weg, het zicht enz.

De leefbaarheid van de dorpskern is zeker gebaat bij trager rijdend verkeer. Dit is een dossier waar ruimtelijke ordening en mobiliteit arm in arm gaan. Nu méér dorpskernen worden ingericht als verblijfsgebied waar bewoners de buitenruimte kunnen ervaren als ontmoetingsruimte, is de rol van het doorgaande verkeer te herijken. Een zone 30 is een mogelijkheid. Ook fietsstraten (zie foto) waar eveneens een snelheidsbegrenzing van 30 km/u bij hoort, kunnen bijdragen tot het versterken van de verkeersveiligheid en leefbaarheid.

Of er daar draagvlak voor is?

Een bevraging (2019) bij 1 000 Vlaamse autobestuurders (18 – 65 jaar) leerde dat

  •  84 % zich hield aan 30 km/u in een schoolomgeving,
  •  74 % zich hield aan de snelheid in een zone 30, 
  • 83 % akkoord was met het invoeren van een snelheidsbegrenzing tot 30 km/u in de eigen straat.

 

* Op droog wegdek heb je met 50 km/u 27 m nodig. Bij 30 km/u is dat maar 13 m.

** Sint-Pieters-Leeuw, Herenthout, Kapellen, Lo-Reninge, Zwevegem, Gooik, Haacht, Ternat, Merchtem, Tielen, Opwjk, Schelle (Bron: De Standaard 7 december 2020)

Eigen foto's: zone 30 (schoolomgeving) Schiplaken, fietsstraat Zoutleeuw. 

Hij durft zijn twee kinderen van 9 en 11 jaar vandaag niet alleen met de fiets naar de supermarkt verderop te laten gaan. ‘Als ik denk aan trager en minder autoverkeer, dan denk ik aan meer gezelligheid, aan een sterker  dorpsgevoel. Aan kinderen die voetballen op straat. Of overdrijf ik nu?’  

 

Uit een gesprek met een inwoner van Gooik  Bron: De Standaard 7 december 2020, p. 13