Menu

Terug naar Actualiteit >Duurzame mobiliteit op het platteland vereist specifieke accenten

Geschreven op 17 mei 2017. - Nieuws, Maatschappelijke dossiers
Mobiliteit op het platteland

Eind april 2017 werd op initiatief van Cera, KBC en Mobiel 21, gesteund door 50 middenveldorganisaties en lokale besturen, de campagne "woensdag fietsdag" gelanceerd. De initiatiefnemers schuiven de fiets als deeloplossing voor het file- en klimaatprobleem naar voor en willen de Vlaming minstens één dag per week op de fiets krijgen. Landelijke Gilden ondersteunt deze actie en wil de broodnodige mobiliteitsverandering op het platteland mee op gang trekken. Uit onze eigen bevraging van meer dan 1.000 plattelandsbewoners blijkt immers dat de mobiliteitsverandering op platteland mogelijk is maar anders moet benaderd worden.

Op het platteland wordt reeds veel recreatief gefietst. Dat wil Landelijke Gilden aangrijpen om op te roepen de fiets ook meer te gebruiken voor woon-werkverkeer en andere functionele verplaatsingen. Uit onze enquête blijkt dat de fiets - ook op het platteland - nog een groot potentieel heeft. Niet minder dan 43% schuift fietsen en/of te voet gaan als voorkeur voor zijn dagelijks verplaatsingen naar voor, terwijl slechts 14% zich nu zo verplaatst.

Het openbaar vervoer blijkt minder potentieel te hebben. Het openbaar vervoer - in combinatie met ander(e) vervoermiddel(en) - wordt slechts door 18% van de plattelandsbewoners vaak gebruikt. Bovendien zijn er evenveel mensen die meer gebruik willen maken van het openbaar vervoer dan er mensen zijn die het openbaar vervoer de rug toe willen keren. Het beperkte bereik betekent niet dat het openbaar vervoer op het platteland overbodig zou zijn. Een minderheid (in onze enquête 7%) is immers voor zijn verplaatsingen volledig afhankelijk van het openbaar vervoer en de fiets, terwijl precies op het platteland vervoer een bijna noodzakelijke voorwaarde is voor een volwaardige deelname aan de samenleving.

Sommigen verwachten veel heil van de deelauto. Zij verwijzen naar de spectaculaire groei - vooral bij jongeren - van het aantal deelauto's (vorig jaar een verdubbeling). 3.000 deelauto’s in een markt van 5,5 miljoen personenwagens blijft echter zeer beperkt. Bovendien zijn er op het platteland geen inruilpunten. Verder stellen we in onze enquête - in tegenstelling tot onze verwachtingen - vast dat er bij jongeren geen sterker milieubewustzijn leeft. Het zijn net de 45-plussers die bij hun vervoerskeuze het milieuaspect het sterkst laten doorspelen. Wie bijgevolg hoopt op een spontane evolutie naar een meer duurzame mobiliteit vanuit een aankomende, meer milieubewuste generatie, dreigt dus bedrogen uit te komen. Deze vaststelling is belangrijk omdat uit onze analyse blijkt dat een minimaal milieubewustzijn absoluut noodzakelijk is om de overstap naar de fiets te maken. De fiets moet eerst tussen de twee oren zitten, voor hij van stal gehaald wordt.

Een tweede noodzakelijke voorwaarde voor een meer duurzame mobiliteit is een veilige en comfortabele fietsinfrastructuur. Vooral de provincies nemen het voortouw in de realisatie van de fietssnelwegen. Deze worden opgevat als aparte, tussenstedelijke, rechtlijnige non-stop-verbindingen. Zeker de inplanting langs spoorwegen ziet Landelijke Gilden als een belangrijke meerwaarde omdat daardoor overstapmogelijkheden naar het openbaar vervoer gecreëerd worden en omdat de open ruimte niet verder versnipperd wordt. Bij het ontwerpen van fietssnelwegen moeten echter de tussenliggende dorpen en woonkernen onmiddellijk worden aangepakt. Anders worden het fietspotentieel en de investering onderbenut en dreigen er nieuwe missinglinks en gevaarlijke punten te ontstaan. Zeker voor landelijke kernen zijn de oversteekbaarheid van parallelle gewestwegen, spoorwegen en kanalen en de ontsluiting van bushaltes prioritaire aandachtspunten. Daarom vraagt Landelijke Gilden om naast de fietssnelwegen zelf, ook de toegangswegen er naar toe maximaal te subsidiëren.

Milieubewustzijn en een goede infrastructuur zijn noodzakelijk, maar blijken op zich onvoldoende om effectief de fiets te nemen. Onze analyse toont aan hoe ‘de luxe’ van de wagen moet worden ‘overwonnen’ en dat mensen vooral afstand moeten nemen van het comfort van de wagen. Het beleid moet de voordelen van fietsen (gezondheid en ontspanning) nog sterker benadrukken en woon-werk-fietsen extra belonen. De sociale partners hebben hier recent een belangrijke opening gemaakt. Met het mobiliteitsbudget wordt het belastingvoordeel niet langer exclusief aan de auto toegekend, maar krijgen mensen de kans om bewust te kiezen voor een meer duurzame vervoersmodi. Gelet op de hoge comfortwaarde van de eigen wagen, zullen we echter steeds de automobilist een beetje moeten ‘verleiden’ om eens de overstap ‘te proberen’. Woensdag fietsdag is daar de ideale gelegenheid voor.