Gemeenten hebben nood aan een globale en eerlijke financiering | Landelijke Gilden
Menu

Terug naar Actualiteit >Gemeenten hebben nood aan een globale en eerlijke financiering

Geschreven op 04 september 2019. - Nieuws, Maatschappelijke dossiers

‘Eén zinnetje in de Vlaamse formateursnota was de voorbije weken genoeg om de politieke tegenstelling stad – platteland verder op de spits te drijven. Nochtans leek de formateursnota op het eerste gezicht de gemeenten tegemoet te treden: 'We versterken de financiële armslag van onze lokale besturen via de overname van de helft van de responsabiliseringsbijdrage voor de pensioenfactuur.'

Gemeentebesturen moeten, in tegenstelling tot andere overheden en de privésector, zelf alle pensioenen van hun statutair personeel betalen. Dit gebeurt via bijdragen op het loon van actieve vastbenoemde personeel. Omdat gemeenten reeds jaren meer contractuele dan statutaire ambtenaren aanwerven, ‘erodeert’ de financieringsbasis, terwijl de kost stijgt door het aantal ambtenaren uit het verleden en door de toegenemende levensverwachting. Op zich zijn er dus zeker goede argumenten om een deel van de pensioenlast te laten dragen door het Vlaamse beleidniveau.

Maar… Vooral de centrumsteden – en Antwerpen in het bijzonder – hebben in het verleden verhoudingsgewijs meer vastbenoemd personeel aangeworven, zodat zij nu geconfronteerd worden met de sterkst stijgende pensioenlasten (tot driekwart van de bijkomende pensoenkost). De overname van een deel van de gemeentelijke pensioenlast betekent zo voornamelijk een bijkomende transfer naar de centrumsteden. Bovendien zal die transfer de komende jaren nog fors aangroeien door de stijgende pensioenlasten.

Over de rijkdom van de gemeenten is de tegenstelling ‘arme stad - rijk platteland’ een van de meest hardnekking stereotypen. Jaar na jaar bewijzen cijfers dat niet de steden, maar de kleine plattelandsgemeenten het kleinste belastingvermogen hebben; de residentiële randgemeenten beschikken duidelijk over het hoogste belastingvermogen. De financieringsstromen vanuit Vlaanderen verscherpen de tegenstelling, eerder dan ze te verminderen.

Een bijkomende transfer, terwijl nu reeds het merendeel van de Vlaamse financiering naar de grootsteden Antwpern en Gent vloeit, is daarom onaanvaardbaar. Landelijke Gilden pleit voor een leefbaar platteland en plaatst de wisselwerking tussen stad en platteland centraal. Wij zijn vragende partij voor een nieuw financieringskader. Wij erkennen de centrumfunctie, maar vragen evenzeer dat de Vlaamse overheid rekening houdt met de eigenheid en de bestuurskracht van de plattelandsgemeenten. Een fundamentele herziening van het gemeentefonds, waarbij open ruimte in de verdelingscriteria zwaarder doorweegt dan nu, is volgens ons een absolute noodzaak. Het is de enige manier om de wisselwerking tussen stad en platteland op een positieve manier te benaderen.

BIJLAGE

De relatieve rijkdom van de gemeenten kan eenvoudig geobjectiveerd worden door het gemeentelijk belastingsvermogen te berekenen. Dit is de belasting (per hoofd) die elke gemeente zou innen indien alle gemeenten hetzelfde ‘gemiddelde’ belastingstarief zouden hanteren. In tegenstelling tot het gangbare discours beschikken niet de steden, maar de typische plattelandsgemeenten over het kleinste belastingvermogen (Westhoek, het Tieltse, het Meetjesland en het Waasland, Zuid Oost-Vlaanderen en Noord en Zuid Limburg). Omgekeerd behoren, ingedeeld in vijf groepen, de grootsteden Antwerpen en Gent, samen met steden zoals Leuven, Hasselt en Genk, tot de tweede rijkste groep gemeenten.

Voor de gemeenten komen bovenop dit belastingvermogen de financieringsstromen uit Vlaanderen. Deze werden geïnventariseerd door de UGent. Ook de financieringsstromen vanuit Vlaanderen zijn zeer ongelijk verdeeld. Het Vlaamse beleid krikt het belastingvermogen van de gemiddelde centrumstad op van een 591 euro per hoofd tot een besteedbaar inkomen van 1425 euro (steeds onder het hanteren van een gelijke belastingvoet). Dit gebeurt door 553 euro uit het gemeentefonds, het stedenfonds en de Elia-compensatie en door 281 euro uit de andere financieringskanalen. De plattelandsgemeenten moeten het gemiddeld stellen met een besteedbaar inkomen van 838 euro per hoofd, waartoe de Vlaamse overheid €402 bijdraagt.

Figuur 1: Het gemeentelijk belastingvermogen.

Figuur 2: Het gemeentelijk belastingvermogen en de totale financiering vanuit Vlaanderen (incl. trekkingsrecht uit het plattelandsfonds).