Meer tijd voor mobiliteit? | Landelijke Gilden
Menu

Terug naar Actualiteit >Meer tijd voor mobiliteit?

Geschreven op 18 december 2019. - Nieuws, Maatschappelijke dossiers
Nog net voor de verkiezingen, op woensdag 3 april 2019 keurde het Vlaams Parlement het decreet basisbereikbaarheid goed. Dat decreet hertekent het Vlaamse mobiliteitsbeleid, het busvervoer in het bijzonder. Vijftien nieuwe vervoersregio’s krijgen hierin een centrale plaats. 
 

Timing en financiering cruciaal voor Landelijke Gilden

Landelijke Gilden vroeg bij de goedkeuring van het decreet basisbereikbaarheid een realistische timing én de nodige financiële middelen. Het was dan ook uitkijken naar de nieuwe minister voor mobiliteit, Lydia Peeters. Tijdens de voorstelling van haar beleidsnota zei de minister dat de start een jaar uitgesteld wordt (tot januari 2022) en kondigde ze meer middelen aan voor het vervoer op maat. Volgens Landelijke Gilden alvast twee stappen in de goede richting.

Wat houdt basisbereikbaarheid in?

Een gelaagd openbaar vervoer

Met basisbereikbaarheid gaan we naar een meer vraaggericht busvervoer. Het aanbod wordt beter afgestemd op de reële vervoersnoden en op de werkelijke vervoerstromen. Het openbaar vervoer bestaat uit een gelaagd model van netwerken: het treinnet, het kernnet (het busvervoer tussen steden langs de grote steenwegen en binnen de stadskernen), het aanvullend net (het busvervoer tussen en door de dorpskernen) en de laatste schakel, cruciaal voor het platteland, het ‘vervoer op maat’. Het openbaar vervoer op de drukke assen wordt versterkt en een aantal weinig gebruikte lijnen worden afgebouwd. Daardoor vermijden we (hopelijk) overvolle treinen en lege bussen.

Op zich lovenswaardige doelstellingen, maar daarin schuilt precies ook het gevaar voor het platteland. Een enquête georganiseerd door Landelijke Gilden plaatst grote vraagtekens bij het voorstel om meer bussen te laten rijden via de grote steenwegen (zgn. kernnet) en minder bussen via de dorpskernen (aanvullend net). Busgebruikers zijn immers zeer gevoelig aan de halteafstand en minder aan de busfrequentie. Reeds het beperkt vergroten van de halteafstand (met een 250m), leidt tot een aanzienlijk verlies aan reizigers. Een eventuele verhoging van de uurfrequentie kan dat niet compenseren. Zo dreigt een neerwaartse spiraal voor het openbaar vervoer op het platteland.

Overstapmogelijkheden en laatste kilometer cruciaal

Er wordt tevens ingezet op goede overstapmogelijkheden en op eenvormige informatie voor de reizigers (het zgn. verknopen van netwerken). Ook de verplaatsing van en naar de bushalte of het station wordt mee bekeken. Dat voor- en natraject kan worden afgelegd te voet, met de fiets, met deelfietsen, deelauto’s of taxi’s…

Die laatste schakel, het zgn. ‘vervoer op maat’, is voor het platteland een zeer belangrijke schakel. De minister kondigde meer middelen aan voor dat vervoer op maat. Het groeipad voorziet een jaarlijkse verhoging met 6 mio euro. Zo zal het vervoer op maat in 2024 over een 60 miljoen beschikken. Dat is alvast een stap in de goede richting, zij het dat onderzoek uitwees dat een 150 miljoen nodig is. 

Bovendien legden de drie testregio’s, die de uitrol voor heel Vlaanderen moesten voorbereiden, uitsluitend de focus op regionale bestemmingen, zoals stations, middelbare scholen, kmo-zones en ziekenhuizen. Lokale verbindingen en bestemmingen – zoals het gemeentehuis, het woonzorgcentrum, de dorpsschool, de sporthal, het cultureel centrum en lokale winkels – kwamen nauwelijks aan bod. De Landelijke Gilden enquête leert nochtans dat precies deze lokale verplaatsingen cruciaal zijn voor het slagen van het vraagafhankelijk ‘vervoer op maat’. 

Een regionale aanpak in 15 vervoerregio's

Mobiliteit is een thema dat de gemeentegrenzen overschrijdt. Daarom wordt Vlaanderen ingedeeld in 15 vervoerregio's. Binnen de vervoerregio’s werken gemeenten samen. Ook alle overheidsdiensten mobiliteit zitten mee rond de tafel: het Agentschap Wegen en Verkeer, De Lijn en De Vlaamse Waterweg, NMBS, Infrabel, het Departement Omgeving, de Mobiliteitscentrale Aangepast Vervoer en de provincies. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken zorgt voor de coördinatie.

De vervoerregio zal een mobiliteitsplan met de globale langetermijnvisie voor de hele regio opstellen en dat plan ook opvolgen en evalueren. Bovendien zal de vervoerregio andere strategische projecten adviseren en opvolgen, én het vervoer op maat organiseren. In het mobiliteitsplan kunnen naast het busvervoer ook andere mobiliteitsaspecten en aanverwante thema’s aan bod komen: verkeersveiligheid, investeringen in fietssnelwegen, deelsystemen, de link met het ruimtelijk beleid, de ondersteuning door informaticatoepassingen, werken rond innovatie…

De opmaak van het plan gebeurt in vier stappen: (1) inventarisatie en onderzoek, (2) opbouw strategische visie en operationele doelstellingen; (3) uitwerking van het beleidsscenario en actieplan en tenslotte (4) evaluatie en monitoring.

Meer info over de basisbereikbaarheid en vervoerregio’s: https://www.vlaanderen.be/basisbereikbaarheid.

Ondertussen werden en worden de eerste workshops georganiseerd:

  • Waasland: Workshop 'vervoer op maat' voor mensen met een mobiliteitsbeperking - 17/12/2019 - danny@otwee.be 
  • Aalst: Workshop 'vervoer op maat' voor mensen met een mobiliteitsbeperking - 19/12/2019- danny@otwee.be 
  • Vlaamse Rand (regio Halle-Vilvoorde)- Regionaal Mobiliteitsplan van de Vervoerregio Vlaamse Rand - 3/2/2020 - vervoerregio.vlaamserand@vlaanderen.be (Jaak Boon) – CG Hugo Vleugels

Zelf mee nadenken over mobiliteit en busvervoer in jouw regio? Geef een seintje aan onze expert Bert Meulemans via bert.meulemans@landelijkegilden.be.