Menu

Terug naar Actualiteit >Niets zo gezellig als wandelen in groep.

Geschreven op 05 mei 2022. - Geslaagde activiteit, Actie(f) in je dorp
Uitleg bij het familiegraf De Becker- Remy

En praten over wat je tegenkomt in het dorp. Dat is de filosofie van dorpelen: een alledaags decor nodigt uit tot diepgaande gesprekken.

De Landelijke Gilde van Linden testte dit uit bij de buurgemeente.

Kessel-Lo, pas opgericht in 1829 (Hollandse tijd) en groot geworden door de Grand Central Belge (°1867, treinherstelplaats), heeft alle kenmerken van een verstedelijkt dorp. Al wandelend kregen de deelnemers bij elke halte inzicht in de opbouw van de gemeente. De begeleider stelde vragen en confronteerde de groep steeds met de beslissingen uit het verleden met observaties uit deze tijd. Zo werd in de 12de eeuw het grote moeras (broek) ontgonnen door de Benedictijnerabdij waardoor de inwoners vruchtbare beemden kregen. Nu zouden die ‘wetlands’ als waterbuffer beschermd worden. Drinkbaar water was schaars, een put werd gegraven, daarnaast kwam een kapel op de uitvalsweg naar Diest wat het gehucht ‘Blauwput’ zijn naam gaf. Op een ander gehucht ‘Heffel’, nu de naam van een school, langs de uitvalsweg naar Holsbeek stonden 4 à 5 boerderijen rond een driesplein. De hoeves zijn nu veranderd in grote woningen. Het plein is gedeeltelijk parkeerplaats; gedeeltelijk speelplein. Winkels en de post die er ooit waren, zijn verhuisd naar beter bereikbare plaatsen. Iedereen moet zich dus verplaatsen. Het is géén 15-minuten dorp. En dat de meeste mensen de auto nemen, was tijdens de wandeling duidelijk te merken.

In verband met de woningbouw wijkt Kessel-Lo af van het modale dorp. Met de herstelplaats was er veel vraag naar technici. Die vonden ze in de Waalse steenkoolbekkens. Het socialisme reisde mee. De politici pasten zich aan. Naast de ‘goede werken’ van de Katholieke werkgevers zoals Edouard De Becker-Remy (scholen, kinderopvang, jeugdwerking, wezenhuis), het familiegraf was een stopplaats, was er plots veel aandacht voor groepswoningbouw, socialistisch gedachtengoed. In de naoorlogse tijd rezen er tussen de uitvalswegen dus tuinwijken op. Dit Engels idee met laagbouw, veel groen, veel publieke ruimte en centraal gelegen voorzieningen was op een coöperatieve wijze gebaseerd. De tuinwijk ‘Onze Toevlucht’ werd bijvoorbeeld gebouwd door een coöperatie van arbeiders bij de treinherstelplaats. Wie er nu rondloopt, krijgt een dorpsgevoel.  De meeste deelnemers hoorden voor het eerst dat individueel bouwen niet de enige manier is om een woning te verwerven. Informatie over co-housing of andere woonvormen is schaars want financieel moeilijk uitvoerbaar. Banken aanvaarden immers geen aandelen in een wooncoöperatie als onderpand bij een lening.

En erg zichtbaar, de inwoners zijn duidelijk bezig met de energietransitie: zonnepanelen, isolatie, nieuwe ramen en deuren, groenbeplanting. Onderweg was ook te merken dat de lokale overheid met ‘water’ aan de slag gaat. In een verkaveling van de jaren tachtig, krijgen de meeste straten onder het motto ‘Hier dringt het door’ een ander wegdek.

Op de parkeerplekken is die doorlatend en de rijweg is versmald waardoor de ontharde delen een groenbeplanting krijgen. De riolering is afgekoppeld, regenwater loopt in een wadi.

De discussie tussen de deelnemers was leerrijk. Sommigen trokken al die maatregelen in twijfel; voor anderen kon het niet ver genoeg gaan.Over één ding waren ze het wel eens: het was een wandeling waar ze heel wat over moesten nadenken. De pint nadien bij de Coureur, een lokale jonge brouwer, diende als kers op de taart.

Foto: Francis Engelen