Ons dagelijks brood: een oude geschiedenis | Landelijke Gilden
Menu

Terug naar Actualiteit >Ons dagelijks brood: een oude geschiedenis

Geschreven op 15 oktober 2020. - Nieuws, Erfgoed, Eten en drinken, Landbouw

Wie kan de geur van versgebakken brood weerstaan of een smakelijke boterham en knapperige baguette links laten liggen? In het restaurant is het broodmandje vaak al leeg voordat het eigenlijke gerecht wordt geserveerd… De verhouding tussen de mens en zijn brood is een oude geschiedenis. Het belang van brood, brood bakken, bloem, meel en tarwe kan moeilijk overschat worden.

Meer dan 2 miljoen jaar lang voedde de mens, de homo sapiens en zijn voorgangers, zich met het verzamelen van planten en het jagen op dieren. Zo’n 12 000 jaar geleden veranderde dat doordat hij bijna al zijn tijd en energie begon te steken in het manipuleren van de levensloop van een paar dier- en plantensoorten: het ontstaan van de landbouw. In zijn bestseller Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid stelt Yuval Noah Harari dat de jagers-verzamelaars hun dagen op een interessante en gevarieerde manier doorbrachten, terwijl de nieuwe landbouwers van de ochtend tot de avond moesten zwoegen, veel mislukkingen en hongersnood kenden. Hij stelt dat de agrarische revolutie misschien achteraf gezien een grote sprong voorwaarts was voor de mensheid, maar voor de individuele mens van toen was het dikke miserie. Harari schrijft: “De gemiddelde boer werkte harder dan de gemiddelde verzamelaar en kreeg daar ook nog eens slechtere (minder gevarieerde) voeding voor terug. De agrarische revolutie was de grootste zwendel van de geschiedenis.”
En wie was de grote schuldige: tarwe!


bron: Ovidius, Metamorphosis (uitg. 1571)

Met een knipoog bekijkt Harari de opgang van de tarwe vanuit een fundamentele evolutionaire logica en stelt vast dat deze wilde grassoort, die alleen groeide in een klein deel van het Midden-Oosten, op enkele millennia (een oogwenk uit evolutionair oogpunt) nu zo’n 2,25 miljoen vierkante kilometer van het aardoppervlak beslaat. Vanuit het standpunt van het graan gezien, is dat gelukt door de homo sapiens aan zich te binden die zorgde voor water (irrigatie) en voedingsstoffen (aanbrengen van dierlijke mest), concurrenten bestreed (wieden van onkruid en ongedierte op afstand houden)… De conclusie van Harari: niet de mens domesticeerde het graan, maar het graan de mens. De bijbelse verbanning uit het paradijs met de Goddelijke uitspraak “ In het zweet zul je werken voor je brood,…” (Genesis 3:19) schijnt hierbij aan te sluiten. Ook de oude Grieken hadden het over een paradijselijke “gouden” tijd, waar niet moest gezwoegd worden op het land om aan voedsel te komen…


bron: Ovidius, Metamorphosis (uitg. 1571)

Hoe dan ook: het graan lag mede aan de basis van wat wij “Beschaving” noemen en tarwe is het belangrijkste gewas in onze geschiedenis. Geen andere voedselbron heeft al zo lang zo veel mensen gevoed. Eén vijfde van de dagelijkse hoeveelheid calorieën die de mensheid tegenwoordig eet, is afkomstig van tarwe. In den beginne werden gemalen of geplette korrels gegeten in een soort pap en werd geëxperimenteerd met verhitte mengsels van water en grof meel, evenwel zonder dat al van brood sprake was.  De uitvinding van het brood bakken dateert van enkele duizenden jaren na het begin van de landbouw. We weten dat zo’n 6000 jaar geleden de Sumeriërs brood bakten. Of er dan al sprake was van zuurdesembrood is niet duidelijk. Het gerezen brood wordt toegeschreven aan de Egyptenaren, zo’n 2500 jaar voor Christus.

Vandaag staat onze taal bol van uitdrukkingen waarin brood en brood bakken een rol spelen. Dit wijst op de belangrijke rol dat brood altijd gespeeld heeft in het leven van onze voorouders. Een greep uit de vele zegswijzen:

  • Men bakt overal goed brood: men kan overal leven.
  • Voor iemand het brood uit de mond sparen: voor iemand zich het noodzakelijkste ontzeggen.
  • Iemand op zijn brood geven: iemand iets verwijten.
  • Het is gesneden brood voor hem: het werk wordt hem helemaal pasklaar aangeboden.
  • Hij heeft het brood in de oven: zijn vrouw is zwanger.
  • Zijn broodje is gebakken: zijn fortuin is gemaakt.
  • Dat eet geen brood: zaken die men zonder voordeel toch behoudt omdat ze geen kosten vergen.
  • Hij heeft niet van de gerstebroden gegeten: hij kent het fijne van de zaak niet.

Je kan deze reeks zeker nog aanvullen, misschien ook met zegswijzen typisch voor jouw streek!


Enkele zegswijzen afgebeeld op het schilderij “De Spreekwoorden” van Pieter Brueghel:

  • Tegen de oven gapen: vergeefse moeite doen, spreken zonder gehoord te worden.
  • Daar zijn de daken met vlaaien bedekt: daar heerst overvloed.
  • Niemand zoekt de andere in de oven, of hij is er zelf in geweest: diegene die iemand van iets kwaads verdenkt, heeft het meestal vroeger zelf ook gedaan.
  • Van het ene brood aan het andere niet geraken: niet rondkomen.

Vind je ze ook terug op het schilderij?