Menu

Terug naar Actualiteit >Potjeslatijn

Geschreven op 24 februari 2021. - Nieuws, Tuinieren
Latijn voor de tuin

Wie met tuinieren begint, wordt meteen overspoeld met Latijnse namen. Dat is lastig om te onthouden en niet te begrijpen, laat staan deftig uit te spreken. Daarom enkele weetjes om die Latijnse namen gemakkelijker in gebruik te nemen.

 

Alle planten hebben hun officiële naam volgens een vast systeem in een verbasterd Latijn. Dat Latijn heeft wel een duidelijk voordeel. Wie in Frankrijk een Hydrangea arborescens 'Annabelle' koopt, krijgt precies dezelfde plant als iemand die in Duitsland op zoek is naar deze hortensia. 

 

Thuis moet het zeker niet in het Latijn

Maar als je heel specifiek op zoek bent naar een welbepaalde plant dan moet je echt de hele naam onthouden. Want een Anemone blanda is echt heel anders dan een Anemone hupehensis. 

Ook in onze eigen Nederlandse taal kan de naamgeving van planten voor verwarring zorgen. Stokrozen en klaprozen zijn geen rozen, ook de kerstroos niet.  Beuk of haagbeuk? Wie naar het Latijn kijkt, ziet dat het twee geheel verschillende planten zijn. 

Veel boeiender dan de Latijnse namen zijn de volksnamen. Volksnamen hebben geen wetenschappelijk nut, maar zijn wel het levend bewijs van wat de gewone mens in de plant heeft waargenomen sinds eeuwen. Volksnamen zijn ontstaan uit de verwisseling van planten die op elkaar gelijken, de poëzie, het volksgeloof, het gebruik tegen allerlei ziekten. Volksnamen verschillen van streek tot streek. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat er tientallen populaire namen zijn voor eenzelfde plant.

Weetjes om een Latijnse naam makkelijker te onderhouden 

Latijn wordt in veel landen gehanteerd als wetenschappelijke taal, en ook op veel manieren uitgesproken. Want hoe de oude Romeinen dat 2000 jaar geleden deden, weet haast geen kat. Het Latijn in plantenland wordt uitgesproken zoals het in de spreektaal het beste overkomt. Enkele standaardregels. 

De uitspraak

  • De u wordt als een oe uitgesproken. Maar in plantenland is dat nauwelijks van toepassing.
  • De c is een k. Maar in plantenland is de c voor een i en e meestal een s. De c voor een a, u, au en o klinkt als een k. 
  • Ae klinkt als aai. Vaak uitgesproken als een lange eeeee.
  • De oe wordt meestal uitgesprokan als eu (kerklatijn), zou oi moeten zijn. 

De klemtoon en de verbuigingen 

De klemtoon ligt meestal op de voorlaatste lettergreep (soms is dat de eerste). Behalve als dat een lettergreep is die kort uitgesproken wordt, dan ligt het accent op de lettergreep daarvoor. Aquifolium. Clematis. Montana. Plenum. 

Een bijvoeglijk naamwoord wordt verbogen volgens het geslacht van het zelfstandig naamwoord. Dus spreken we van Viola odorata, Lathyrus odoratus en Galium odoratum. Allemaal welriekend maar viooltjes zijn vrouwelijk, reukerwten blijken mannelijk en walstro heeft de eer om onzijdig te zijn. 

Voorbeelden om te oefenen 

Uiteraard hebben de latijnse namen een betekenis.  Ze verwijzen naar de geografische herkomst van een plant, naar de bloemkleur, naar een opvallende eigenschap, naar de groeivorm enz.

Termen die verwijzen naar de herkomst 

  • Gallica - uit Frankrijk 
  • Orientalis - oosters 
  • Occidentalis - westers 
  • Pratensis - van de weide 
  • Maritima -van de kust 
  • Sylvaticus - uit het bos 

Termen die verwijzen naar de kleur van de bloemen of bladeren

  • Aurea - goudgeel 
  • Alba - wit 
  • Nivea - nog witter dan wit 
  • Sanguineum - bloedrood 
  • Lutea - geel 
  • Atropurpurea - donkerpaars 

Soms wordt een opvallende eigenschap benoemd

  • Bellis - heel mooi 
  • Fragilus - broos 
  • Sempervirens - altijdgroen 
  • Oficinalis - geneeskrachtig 
  • Mollis - zacht 

Termen die verwijzen naar de groeiwijze 

  • Major - groot 
  • Minor - klein 
  • Pendula - hangend 
  • Repens - kruipend 
  • Arborea - boomvormig 

Of ze verwijzen naar de bloeiwijze 

  • Floribunda - rijkbloeiend 
  • Praecox - vroegbloeiend 
  • Paniculata - pluimvormig 
  • Autumnalis - in de herfst bloeiend 

De levensduur wordt soms ook als benaming gebruikt

  • Annuus - eenjarig 
  • Biennis - tweejarig 
  • Perennis - meerjarig 

Soms kan je uit de naam de bladvorm afleiden (of omgekeerd)

  • Aquifolium - met scherp blad 
  • Angustifolia - met smal blad 

 

Lees ook dit artikel: Namen noemen over de classificatie van planten