Menu

Terug naar Actualiteit >Proefprojecten basisbereikbaarheid: bijsturing gevraagd

Geschreven op 13 februari 2018. - Nieuws, Maatschappelijke dossiers
Basisbereikbaarheid

Vanuit de Mobiliteitsraad (MORA) volgt Landelijke Gilden de problematiek van de basisbereikbaarheid strikt op. Landelijke Gilden vraagt een duidelijke bijsturing. Zonder deze bijsturing, dreigt ‘basisbereikbaarheid’ een grote besparingsoperatie op kap van het platteland te worden.

 

Van ‘basismobiliteit’ naar ‘basisbereikbaarheid’

Basismobiliteit’ focust op het aanbod van openbaar vervoer en legt minimumnormen vast voor de halteafstand en het aantal bussen op het moment van de dag (weekend-, spits- en daluren). De Vlaamse Regering wil ‘basismobiliteit’ vervangen door ‘basisbereikbaarheid’. Niet het aanbod, maar de vervoersnoden van de bevolking moeten centraal staan. De basisbereikbaarheid moet garanderen dat iedereen volwaardig kan deelnemen aan het maatschappelijk leven. Concreet gaat het over de bereikbaarheid van stations, ziekenhuizen, middelbare scholen en kmo-zones, maar ook over lokale diensten, zoals het gemeentehuis, het woonzorgcentrum, de dorpsschool, de sporthal, het cultureel centrum en winkels.


>> Lees ook 'Wat is basisbereikbaarheid?'

 

4 proefregio’s

Momenteel lopen er proefprojecten in Mechelen, Aalst, de Westhoek en Antwerpen. Deze projecten moeten de uitrol over heel Vlaanderen voorbereiden. Zij moeten aantonen hoe het middenveld kan betrokken worden, hoe de noden van de gebruiker kunnen onderzocht worden, waar de gebruiker terecht kan met vragen en hoe de betaalbaarheid gegarandeerd kan worden, ook voor de sociaal zwakkeren.

 

Proefprojecten ondermaats

Landelijke Gilden stelt – in lijn met de MORA – vast:

  1. De tijdspanne voor de projecten is te kort. Geen enkele regio was klaar met zijn plan eind 2017. De beperkte duur belemmert bovendien dat nieuwe aanbieders van openbaar vervoer een reële kans krijgen.
  2. Er is grote onduidelijkheid over het budget. Bovendien is er voor de experimenten geen budget voorzien, waardoor innovatieve projecten niet kunnen worden uitgewerkt of uitgetest.
  3. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) krijgt een centrale regierol. Maar De Lijn beschikt over de kennis en de expertise, waardoor zij vooral het begrip ‘basisbereikbaarheid’ invult. De Lijn plooit zich terug op een aantal grote steenwegen tussen regionale steden (zgn. kern en aanvullend net). Een groot aantal landelijke gebieden zal het daardoor in de toekomst moeten stellen zonder regulier openbaar vervoer en is volledig aangewezen op ‘het vervoer op maat’.
  4. Het ‘vervoer op maat’ staat nog nergens. Er worden enkele theoretische mogelijkheden opgesomd, maar van concrete experimenten – laat staan reguliere initiatieven – is geen sprake. Hierdoor dreigt ‘basisbereikbaarheid’ een grote besparingsoperatie ten last van het platteland te worden.
  5. De participatie van het middenveld is louter formeel. Bij het begin mochten de actoren hun visie en bekommernissen geven. Tussentijds werden zij één maal geïnformeerd. Maar alle info staat onder embargo, zodat van een open maatschappelijk debat geen sprake is.
  6. De afstemming is zeer (te) beperkt, zowel met de aanpalende regio’s als met aanverwante beleidsdomeinen zoals het ruimtelijk beleid. Een essentiële voorwaarde is bovendien een afstemming tussen NMBS, De Lijn en het vervoer op maat over de voorwaarden (ook sociale), de tariefstructuur, de betalingsmogelijkheden en de uurregeling. Zonder deze afstemming dreigt straks het mobiliteitsbeleid versnipperd te worden over 15 – vijftien – vervoersregio’s.

 

Basisbereikbaarheid vereist beleid op verschillende vlakken

Voor het platteland zal het erop aankomen om ‘basisbereikbaarheid’ en het ‘het vervoer op maat’ concreet vorm te geven. Op de ‘Inspiratiedag Duurzame Mobiliteit’ van het het Netwerk Duurzame Mobiliteit, stond het thema 'lokale bereikbaarheid' centraal. Bert Meulemans lichtte de visie van Landelijke Gilden toe en bepleitte actie op drie domeinen: wonen, technologie en de organisatie van het openbaar vervoer.

>> Lees meer in ons dossier 'Mobiliteit'
>> Lees meer op de website van het Netwerk Duurzame Mobiliteit i.k.v. de themawerking Lokale Bereikbaarheid
>> Lees meer over een goede praktijk: Dorpspunt in Beveren

 

Wat is de MORA of mobiliteitsraad

De MORA is de strategische adviesraad voor Mobiliteit en Openbare Werken (MOW). De MORA adviseert de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over het mobiliteitsbeleid en de openbare werken in Vlaanderen. Deze adviezen willen bijdragen tot de algemene beleidsvisie en trachten de krachtlijnen te formuleren van het te voeren beleid. De MORA brengt vijfjaarlijks een groot mobiliteitsrapport en jaarlijks een kort mobiliteitsverslag uit. De MORA bestaat uit vertegenwoordigers van: werkgeversorganisaties (waaronder Boerenbond – Landelijke Gilden), werknemersorganisaties (vakbonden), milieuverenigingen, De Lijn en de NMBS, de mobiliteitsverenigingen, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en van de Vlaamse Provincies (VVSG en VVP) en deskundigen.

>> Lees meer op de website van de Mobiliteitsraad

 

Wens je meer informatie of wil je mee nadenken over basisbereikbaarheid in jouw regio: