Wapenstilstand: verhaal van aan het front | Landelijke Gilden
Menu

Terug naar Actualiteit >Wapenstilstand: verhaal van aan het front

Geschreven op 04 november 2020. - Nieuws, Erfgoed

Op 11 november herdenken we het einde van de Eerste Wereldoorlog. Ondertussen 102 jaar geleden zwegen de wapens om 11 uur in de voormiddag. De waanzin was voorbij. Zij die het overleefden, konden naar huis of wat daar van overbleef. Heropbouwen, opnieuw starten, herbeginnen. Maar dat waren zorgen voor morgen. Op 11 november werd er feest gevierd. De getuigen die daarover konden vertellen, zijn nu ook allemaal dood. 102 jaar geleden… het is meer dan een mensenleven. Maar gelukkig zijn de verhalen van hen die het allemaal meemaakten vroeger al opgetekend. Zo ook het verhaal van Marie Beck uit Westouter. Zij overleed op 80-jarige leeftijd in 1973. Haar verhaal werd in 1968 opgetekend door de Elfnovembergroep, en is terug te vinden in het Volksboek: Van den Grooten Oorlog.

De ouders van Marie hadden een herberg en winkel in de buurt van Westouter, achter het front. Wanneer vanaf 21 maart het Duitse leger het lenteoffensief inzette, moesten zij naar Frankrijk vluchten. In Normandië brachten zij de laatste maanden van de oorlog door. Daar komt ook het verlossende nieuws van de wapenstilstand. Marie vertelt:

De mensen liepen al samen op de markt. Volk dat er was. ’t Was een echte kermis. Je kunt gaan peinzen. Vier jaar miserie. Gedaan! Fransen en veel Belgische vluchtelingen. De café’s waren meer dan vol. Er is een schonen sou verdiend die dag. En zingen!

’t Was daar een die op een kist ging staan. Hij had een accordeon mee. “La Geurre est finie” zong hij. Schone wei. “La Guerre est finie-ie-ie” ‘k Peisde, ’t ventje weet niet waarover dat hij zingt. Marie heeft de oorlog gezien. Miserie is ‘t. Er is niets schoon d’raan. “Nos héros…” Onze helden. Ja, der waren helden, mensen die deden wat ze moesten en courage hadden en koude en honger hadden. Maar geen helden lijk in zijn liedje. Niemand riskeert voor de glorie. “Nos héros…” Helden, Mensen, die lijk alle mensen benauwd waren door zulke schrikkelijke dingen. In geen tijd, elk zong mee.

t’Waren er vele dronken die dag. We hebben ook kermis gehouden, onder mekaar, Belgische vluchtelingen, familie. Een keer wel gegeten. ’s Avonds kwam er een dépêche. ’t Was uit met de kermis. Hector Fever was geschoten, vijf minuten voor den elven, te rap uit zijn tranchee gekomen. Je kun gaan peinzen, de broere van Daniël die getrouwd was met onze Germaine…”