Menu

Terug naar Actualiteit >Wie bewoont het compostvat?

Geschreven op 29 november 2017. - Nieuws, Tuinieren

Goede compost is een zegen voor de grond: het brengt voedingsstoffen aan, het vergroot het vochthoudend vermogen van de grond, het maakt de grond kruimelig en makkelijk te bewerken. Maar wie doet al dat werk? Een parade van medewerkers.

 

Bacteriën en schimmels

Deze organismen zijn niet zichtbaar met het blote oog. Een cluster schimmels kan je wel waarnemen als een web van fijne witachtige draadjes. Bacteriën en schimmels doen het fijne werk: ze stimuleren het natuurlijke verteringsproces van kleine afvaldeeltjes. Voor een optimaal resultaat is het nodig dat het grove voorbereidende werk gedaan wordt door andere bewoners van het compostvat. Tegelijkertijd dienen ze hen ook tot voedsel: zo ontstaat een kringloop in het compostvat. Die kan verstoord worden als de compost te droog wordt (bacteriën en schimmels houden van voldoende vocht) of te koud (in de winter wordt er niet ‘gewerkt’). Hoge temperaturen vormen geen probleem.

 

Wormen

Hoe meer wormen, hoe beter de compost. Ze leven graag in een vochtige omgeving. Ze dragen bij aan het fijnmaken van het materiaal: ze eten aan het afval en wat er aan het andere uiteinde uit komt, neigt heel sterk naar het finale eindproduct. Een compostworm is geen regenworm. Hij is eerder rood van kleur, minder dik en huist vooral in de bovenste laag. Onderaan in het compostvat kan je wel eens een regenworm aantreffen, waar hij zich bijzonder nuttig maakt voor de verluchting van het bijna verteerde materiaal.

 

Springstaarten

Dit zijn kleine insectjes (4 mm) met zes pootjes en twee antennes op het hoofd. Ze zijn grijs van kleur en komen vrij frequent voor. Ze eten het werk van de schimmels op, hun uitwerpselen zijn voer voor de bacteriën om de voedingsstoffen vrij te maken. Ze worden zo genoemd omdat ze twee uitsteeksels hebben waarmee ze grote sprongen kunnen maken. Daardoor zijn ze ook moeilijk te vangen: je ziet ze pas als ze springen en dan ben je te laat.

 

Mijten

Dit zijn een soort spinnetjes met een dik lijf en acht korte pootjes. Eigenlijk zijn ze wel kleiner dan 1 mm en dus nauwelijks waar te nemen met het blote oog. Ze verkleinen het afval. Gevolg: nog meer kleine deeltjes beschikbaar voor de medebewoners van de compostbak.

 

Duizendpoten

Dit zijn snelle jagers. Om er eentje te vangen, moet je van goeden huize zijn. Hij leeft bovenaan in de compostbak. Zijn lichaam bestaat uit een hele reeks segmenten, elk segment heeft  1 paar zijdelings geplaatste poten. In totaal heeft hij geen duizend poten. In Engeland en Duitsland noemen ze hem trouwens een honderdpoot. Wellicht een meer realistische benadering van het aantal pootjes. Een duizendpoot eet insecten, spoort ze op met zijn voelsprieten en schuwt het licht.

 

Miljoenpoten

Zijn misschien nog sneller dan de duizendpoten. Hij onderscheidt zich ervan doordat elk segment 2 paar poten heeft. Hij kan zoals een worm gangen graven en is een heuse afvaleter. Niet conform het decimaal rekenstelsel, noemen de Engelsen en de Duitsers hem een duizendpoot. Ditmaal wel een overdreven weergave van het aantal pootjes.

 

Pissebedden

Deze blauwgrijze gepantserde ovale beestjes vind je ook overvloedig onder stenen of potten. Ze zitten in de meer luchtige zones aan de rand van de bak. Dit kriebelbeestje is trouwens familie van de kreeft maar geniet niet van hetzelfde imago.

 

Mieren

Zij zijn belangrijke opruimers in de natuur, dus ook in de compostbak. Ze maken graag nesten in de compostbak. Om dat te vermijden, wordt de compost best regelmatig omgezet.

 

Fruitvliegjes

Dat zijn van die hele fijne vliegjes, die als een wolk opstijgen uit het compostvat als je het deksel open doet. Vooral bij warm weer vermenigvuldigen ze zich razendsnel. Zo een vliegenwolk in je gezicht is vervelend, maar niet schadelijk. Moesten ze er niet zijn, dan heb je pas een probleem met je compost. Regelmatig het compost beluchten en omzetten is een manier om hun aanwezigheid niet uit de hand te laten lopen.

 

 

Lees ook deze artikels