Win-winsituatie met wintertijd? | Landelijke Gilden
Menu

Terug naar Actualiteit >Win-winsituatie met wintertijd?

Geschreven op 23 oktober 2020. - Nieuws
Wintertijd

We zijn het intussen gewoon. Eind maart draaien we met z’n allen de klok een uurtje vooruit en eind oktober  draaien we de wijzers een uurtje terug. Maar waarom prullen we op die twee momenten collectief aan de tijd? En is dat eigenlijk wel nodig? Antwoorden op deze vragen zochten we in de geschiedenis én bij Frank Deboosere. 


Zonnetijd, klokkentijd en oorlogstijd

Beginnen doen we bij de Romeinen. Zij verdeelden de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang in twaalf stukken. Dat gaf lange uren in de zomer en korte uren in de winter. Niet echt praktisch, toch? Vermits er nog geen uurwerken bestonden, bleef het allemaal nogal theoretisch en de Romeinen hadden er in de praktijk weinig last van.

De eerste mechanische uurwerken in Europa kwamen er in de abdijen, om de gebedsmomenten aan te geven. Sint-Benedictus legde immers enkele vaste gebedstijden op, zoals de metten bij het aanbreken van de dag, de priemen, de tertsen, de sexten op het zesde uur of middag, de nonen, de vespers en de completen bij het invallen van de nacht. Om al deze momenten te helpen onthouden, werd een uurwerk ontworpen. Deze uurwerken hadden geen wijzerplaat, maar het mechanisme luidde een bel of klok. Vandaar ons woord ‘klok’ als synoniem voor uurwerk. Aha!

Onze eenheidstijd hebben we dan weer te danken aan het spoorwegnet. Om rond reistijden afspraken te maken die zowel aan zee als in het uiterste oosten van het land correct waren, hadmen nood aan een universele tijd. En zo brachten de (stoom)treinen in 1892, de wereldtijd (Greenwich Mean Time) met zich mee.

Maar wanneer zijn we beginnen te spelen met de tijd? Daarvoor blikken we terug naar de Eerste Wereldoorlog. Het systeem van winter- en zomertijd werd voor het eerst ingevoerd door de Duitsers op 30 april 1916, uit besparingsoverwegingen. Vóór 1914 volgde België de Greenwichtijd. Met de komst van de Duitsers moesten we Greenwich+1 volgen. Vanaf 1916 werd dat in de winter Greenwich+1 en in de zomer Greenwich+2. Na de oorlog behielden we de overgang van winter- naar zomertijd, maar dan wel met de Greenwichtijd in de winter (ons uur van vóór de oorlog) en Greenwich+1 in de zomer. Na de Tweede Wereldoorlog werd het systeem van winter- en
zomertijd afgeschaft en we hielden het hele jaar door Greenwich+1 aan – tot we in 1977, opnieuw om besparingsredenen, hetzelfde systeem invoerden als tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tot nu?

Wat vindt de weerman ervan

Het systeem van tijdswisselingen staat al enige jaren opnieuw ter discussie. Maar waarom? We vragen het aan Frank Deboosere, sympathieke weerman én voorstander van het afschaffen van de zomertijd.
 

Frank, waarom is de zomertijd voor jou het liefst verleden tijd?

“Het besparingsargument waarmee de huidige zomertijd in 1977 opnieuw ingevoerd werd, gaat allang niet meer op. Destijds wou men de uren daglicht beter laten samenvallen met de periode waarin de meeste mensen wakker zijn, om te besparen op het elektriciteitsverbruik door verlichting. In de zomer komt de zon immers zo vroeg op dat het al licht is wanneer de meeste mensen nog slapen. Door onze klok een uur vooruit te zetten, valt het moment dat de meeste mensen opstaan beter samen met de zonsopgang. Tot zover de voordelen, want los daarvan zijn er ook allerlei nadelen. De ochtendfiles rijden langer in het donker, de avondfiles vallen samen met de warmere uren van de dag en vinden dan meer plaats in de verzengende ozonhitte, biologische klokken raken ontregeld en de zomerhitte blijft ’s avonds ook een uur langer hangen in de slaapkamers.”

Waarvoor pleit jij dan?
“Idealiter gebruiken we het hele jaar door onze huidige wintertijd, de GMT+1. Dit systeem heeft zijn deugdelijkheid bewezen tussen 1946 en 1977. Een permanente omschakeling naar de wereldtijd, de GMT, mag voor mij ook, maar dan gaat het ’s avonds wel vaak heel wat sneller donker zijn.”

En altijd zomertijd?

“Altijd zomertijd klinkt leuk, simpelweg omdat het woordje ‘zomer’ erin zit. Maar er is weinig zomers aan. Als we altijd onze zomertijd (GMT+2) zouden volgen, verloopt de ochtendspits een groot deel van het jaar in het donker, aangezien de zon dan pas na 9 uur zou opkomen. Daarnaast is het bewezen dat we wakker worden omdat er daglicht is. We hebben daglicht nodig om op gang te komen en ons goed te voelen. Altijd maar in de duister leven is nefast voor onze gemoedstoestand en ons bioritme. Denk maar aan mensen die in shiften of ’s nachts werken en last hebben van een verstoord dag-en-nachtritme of zelfs depressieve gedachten hebben. Permanent volgens de zomertijd leven heeft dus nadelige gevolgen, op het vlak van (verkeers)veiligheid zowel als  gezondheid!”

Zijn veiligheid en gezondheid voor jou de belangrijkste argumenten om de wintertijd te verkiezen?

“Absoluut! Mensen vragen me weleens of ik dan niet geniet van lange zomeravonden. Natuurlijk vind ik zo’n gezellig lange avond plezant. Maar veiligheid en gezondheid lijken me belangrijkere thema’s om na te streven dan plezier en gezelligheid. Bovendien hoef je niet in te boeten aan sfeer en gezelligheid wanneer het ’s avonds wat sneller donker is. Ook in de landen rond de evenaar, waar de nacht snel valt en er nauwelijks verschil is tussen de seizoenen, worden er fuiven georganiseerd en is er een bruisend nachtleven.”

Waarom ligt dit thema je zo nauw aan het hart?

“Ik zet mij in voor meerdere thema’s of goede doelen. Denk aan Kom op tegen Kanker, Generatie Rookvrij, maar ook vrijwilligerswerk, het dragen van fluohesjes in het verkeer of het klimaat, dat de laatste tijd alomtegenwoordig is. Ik ben er heel sterk van overtuigd dat het hele straatje proper wordt als ieder voor zijn eigen deurtje veegt. Eigenlijk geldt dat voor alles waar ik mij voor inzet. Zelf het goede voorbeeld geven is het belangrijkste. Iedereen weet dat ik veel fiets. Dat is goed voor het milieu, voor de mentale en fysieke gezondheid én voor de portemonnee. Een gezonde geest in gezond lichaam, daar ondervind ik zelf elke dag de voordelen van!”

En zo gaf Frank ons niet alleen boeiende informatie over zomer- en wintertijd, maar ook een heleboel goede raad. Bedankt, Frank!


>> Het artikel lezen zoals het in ons ledenblad "Buiten" verscheen? Dat kan! Klik hier en download de pdf.