Menu

Terug naar Actualiteit >Wordt vervoer op maat een maat voor niets?

Geschreven op 20 juli 2018. - Persartikel, Maatschappelijke dossiers

Landelijke Gilden maakt zich grote zorgen over de concrete uitrol van het ‘vervoer op maat’ en vraagt de Vlaamse Regering niet alleen het decretaal kader vast te leggen maar ook om de nodige financiële middelen vrij te maken voor een realistische opstart.

Vandaag neemt de Vlaamse Regering een principiële beslissing over het decreet ‘basisbereikbaarheid’. De nadruk komt meer te liggen op de reële vervoersnoden en minder op normen voor het aanbod (nl. halteafstand en busfrequentie). Het busvervoer wordt sterker hiërarchisch georganiseerd met een kernnet (stads- en tussen-stedelijk-vervoer), een aanvullend net en het vervoer op maat (de zgn. vraaggestuurde ‘last mile’).

Momenteel lopen er vier proefprojecten om de uitrol van basisbereikbaarheid en vervoer op maat over heel Vlaanderen voor te bereiden. Landelijke Gilden onderschrijft principieel de overgang van ‘basismobiliteit’ naar ‘basisbereikbaarheid’, maar maakt zich op basis van de proefprojecten grote zorgen over de concrete uitvoering van het vervoer op maat.

Zonder bijkomende inspanningen van de Vlaamse overheid, wordt vervoer op maat een maat voor niets 

Sonja De Becker, voorzitter van Landelijke Gilden

Opvallend is dat geen enkele proefregio een bevraging bij de bevolking organiseerde en dat de betrokkenheid van het middenveld ondermaats was. In het begin werd eenmalig beleefd geluisterd naar de verzuchtingen, maar verder kon het middenveld enkel acte nemen van het eindrapport. Het inventariseren van de reële vervoersnoden lijkt nochtans een noodzakelijke stap om te komen tot een meer vraaggestuurd streekvervoer.

De proefprojecten focussen op regionale bestemmingen zoals stations, middelbare scholen, kmo-zones en ziekenhuizen en besteden nauwelijks of geen aandacht aan lokale bestemmingen (het gemeentehuis, het woonzorgcentrum, de dorpsschool, de sporthal, het cultureel centrum, winkels...) en verbindingen tussen woonwijken en dorpen. Buitenlandse voorbeelden leren echter dat precies deze lokale verplaatsingen cruciaal zijn voor het slagen van een vraagafhankelijk ‘vervoer op maat’.

De proefprojecten werkten allen een ontwerp kern- en aanvullend net uit en verkenden een aantal concepten van ‘vervoer op maat’. Er is echter grote onduidelijkheid of – en eventueel waar en hoe – de voorstellen van kern- en aanvullend net leiden tot een verbetering of verslechtering van het aanbod. En ondanks voor het vervoer op maat een regelluw kader werd afgekondigd, heeft geen enkele proefregio een concreet experiment opgezet. De krappe tijdspanne en het gebrek aan een duidelijk financieel kader, zorgden ervoor dat innovatieve projecten geen reële kans kregen. Zonder een toetsing op het terrein is een ernstige afweging tussen aanvullend net en vervoer op maat onmogelijk. Bovendien dreigt zo een soort ‘voorafname’ vanuit de Lijn, wat de uitrol van het vervoer op maat verder hypothekeert.

Tenslotte zal het succes van het vervoer op maat sterk afhangen van een stuk flankerend en faciliterend beleid. Voor aanbieders en gebruikers is een uitwisselingsplatform met multimodale routeplanner over de verschillende vervoersregio’s heen, een absolute noodzaak. En ook over dit uitwisselingsplatform is er grote onduidelijkheid.

Landelijke Gilden vreest dat zonder bijkomende initiatieven de gezamenlijke opstart van het vervoer op maat samen met kernnet en aanvullend net tegen eind 2020, in het gedrang komt of zeer gebrekkig zal verlopen. Om te voorkomen dat vervoer op maat een maat voor niets wordt, vraagt Landelijke Gilden om niet alleen het decretaal kader vast te leggen maar om ook concreet werk te maken van:

  • een actieve betrokkenheid en reële inspraak van de bevolking en het middenveld;
  • het inventariseren van de reële vervoersbehoeften met aandacht voor de lokale verplaatsingen;
  • een afzonderlijk en duidelijk budget voor de uitbouw van het ‘vervoer op maat’;
  • een investeringsplan om trein- en bushaltes om te vormen tot multimodale knooppunten;
  • het ontwikkelen en uittesten van een open uitwisselingsplatform met multimodale routeplanner over alle vervoersregio’s heen.