Menu

Terug naar Actualiteit >Zonder fundamentele hervormingen van het gemeentefonds riskeert BRV dode letter te blijven

Geschreven op 09 februari 2017. - Persartikel, Maatschappelijke dossiers
Platteland

De financiering van steden en gemeenten speelt ook een rol in de implementatie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Landelijke Gilden pleit voor een nieuw financieringskader. Wil Vlaanderen de doelstelling van BRV realiseren, moeten gemeenten die de open ruimte vrijwaren sterker beloond worden en mogen de inwoners niet bestraft worden of aangewezen als zondebok. Een fundamentele herziening van het gemeentefonds, waarbij open ruimte in de verdelingscriteria zwaarder doorweegt dan nu, is volgens Landelijke Gilden een absolute noodzaak opdat BRV geen ijdele hoop zou blijven. Het is de enige manier om de wisselwerking tussen stad en platteland op een positieve manier te benaderen.

Na de aangekondigde ‘betonstop’ reageerden verschillende burgemeesters van de Kempen tot de Westhoek. Hun bekommernis is eenvoudig. Zij vrezen dat de plattelandsgemeenten het kind van de rekening zullen zijn. Een stuk groei in inwonersaantal en in economische bedrijvigheid is volgens hen een noodzaak om de gemeentelijke financiĆ«n op peil te houden. Zij verwijzen verder naar de huidige verdeling van de Vlaamse subsidies die volgens hen nu reeds scheef verdeeld zijn. Over de rijkdom van de gemeenten bestaan er heel wat stereoptypen, waarbij de ‘arme stad’ tegenover het ‘rijke platteland’ wordt geplaatst.

De relatieve rijkdom van de gemeenten kan eenvoudig geobjectiveerd worden door het gemeentelijk belastingsvermogen te berekenen. Dit is de belasting (per hoofd) die elke gemeente zou innen indien alle gemeenten hetzelfde ‘gemiddelde’ belastingstarief zouden hanteren. In tegenstelling tot het gangbare discours beschikken niet de steden, maar de typische plattelandsgemeenten over het kleinste belastingvermogen (Westhoek, het Tieltse, het Meetjesland en het Waasland, Zuid Oost-Vlaanderen en Noord en Zuid Limburg). Omgekeerd behoren, ingedeeld in vijf groepen, de grootsteden Antwerpen en Gent, samen met steden zoals Leuven, Hasselt en Genk, tot de tweede rijkste groep gemeenten (zie figuur 1).

Voor de gemeenten komen bovenop dit belastingvermogen de financieringsstromen uit Vlaanderen. Deze werden geĆÆnventariseerd door UGent. Ook de financieringsstromen vanuit Vlaanderen zijn zeer ongelijk verdeeld. Het Vlaamse beleid krikt het belastingvermogen van de gemiddelde centrumstad op van 591 euro per hoofd tot een besteedbaar inkomen van 1425 euro (steeds onder het hanteren van een gelijke belastingvoet). Dit gebeurt door 553 euro uit het gemeentefonds, het stedenfonds en de Elia-compensatie en door 281 euro uit de andere financieringskanalen. De plattelandsgemeenten moeten het gemiddeld stellen met een besteedbaar inkomen van 838 € per hoofd, waartoe de Vlaamse overheid 402€ bijdraagt. (figuur 2)

Landelijke Gilden pleit voor een leefbaar platteland en plaatsen de wisselwerking tussen stad en platteland centraal. Wij zijn vragende partij voor een nieuw financieringskader. Wij erkennen de centrumfunctie en de dynamiek die uitgaat van steden, maar we vragen evenzeer dat de Vlaamse overheid rekening houdt met de eigenheid en de bestuurskracht van de plattelandsgemeenten. Als we de doelstelling van BRV willen realiseren, moeten we gemeenten die de open ruimte vrijwaren sterker belonen en niet de inwoners bestraffen of aanwijzen als zondebok. Een fundamentele herziening van het gemeentefonds, waarbij open ruimte in de verdelingscriteria zwaarder doorweegt dan nu, is volgens Landelijke Gilden een absolute noodzaak opdat BRV geen ijdele hoop zou blijven. Het is de enige manier om de wisselwerking tussen stad en platteland op een positieve manier te benaderen.

Meer info: Bert Meulemans, directie-adjunct Landelijke Gilden (0473 93 31 31)