Menu

Terug naar Actualiteit >Wat betekenen de nieuwe voorgestelde plannen van de vervoerregio's voor het platteland?

Geschreven op 13 december 2020. - Nieuws, Maatschappelijke dossiers

Al in april 2019 werd het decreet basisbereikbaarheid op tafel gelegd. Vlaanderen werd daarmee ingedeeld in vervoersregio's die zelf aan de slag gingen met de mobiliteit in eigen regio. Vandaag, najaar 2020, brengen die vervoersregio's hun plannen naar buiten. En die plannen? Die zijn niet altijd even positief voor de bereikbaarheid op het platteland.

  1. Algemene situatie
  2. Vervoerregio Maasland
  3. Veroerregio Heist-op-den-Berg
  4. Vervoerregio Alken 
  5. Vervoerregio Koningshooikt
  6. Vervoerregio Pajottenland
  7. Interessante linken 

Wat loopt er zoal mis?

De normen voor het busvervoer in het buitengebied worden gehalveerd en afgezwakt tot streefnormen. En waar de frequentie een stuk lager ligt, schiet de afstand tot de haltes omhoog. Concreet? Minder bussen en verdere verplaatsingen om die bus te kunnen nemen. Verplaatsingen die bovendien niet altijd makkelijk te maken zijn, denk maar aan de onveilige fietspaden (vooral langs gewestwegen), het gebrek aan fietsenstalling of aan de beperkte mogelijkheden van minder mobiele mensen. 

Die toeleiding naar de bus of ander openbaar vervoer, zou moeten gefaciliteerd worden door het vervoer op maat. Dat laatste lijkt echter meer een maat voor niets, de invulling hiervan is immers zeer onduidelijk en beperkt. Zeker sinds bekend raakte dat De Lijn zich met haar partners terugtrekt uit de aanbesteding om het vervoer op maat in landelijke gebieden te organiseren.

Wij vinden dit een zorgwekkende ontwikkeling en waarschuwen al langer dat de kosten voor het vervoer op maat onderschat worden. Bij een onderfinanciering en het afhaken van het consortium rond de Lijn, dreigt het openbaar vervoer op het platteland volledig speelbal te worden van enkele private spelers. Landelijke Gilden vraagt daarom aandacht voor deze ontwikkeling waardoor uiteindelijk mensen met een beperking en mensen zonder rijbewijs of wagen het grootste slachtoffer zullen zijn en waardoor de vervoersarmoede op platteland dreigt toe te nemen.

Is het dan overal kommer en kwel?

Ja en neen. In het algemeen betekent de uitvoering van de basisbereikbaarheid geen vooruitgang voor gebieden op den buiten. Landelijke Gilden is dan ook bezorgd over deze plannen. Leefbare dorpen waar het fijn wonen is, vragen immers ook om een degelijke mobiliteit en bijhorend openbaar vervoer. In verschillende regio’s gaan we dan ook aan de slag met deze plannen.

Vervoerregio Maasland 

Begin juli doken verschillende Maaslandse afdelingen van Landelijke Gilden in de plannen van hun vervoerregio  om te bekijken wat die plannen betekenen voor de betrokken dorpen. De Landelijke Gilden van Opoeteren-Dorne, Molenbeersel, Geistingen en Rotem wilden dan ook van zich laten horen. Dit deden ze in juli door hun leden te informeren en een gezamenlijk persbericht uit te sturen.

Nu de beslissing over het al dan niet goedkeuren van het nieuwe openbaar vervoerplan voor Limburg stilaan zal vallen, gaan de Maaslandse afdleingen nog een stapje verder met een heuse bordenactie. Meer dan 25 panelen werden langs de Maaslandse wegen geplaatst om volgende eisen kracht bij te zetten: 

  • twee bussen per uur voor de snelle busverbinding vanuit Maaseik via Dilsen-Stokkem naar Genk – Hasselt;
  • omwille van de vlottere doorstroming, een verbinding van Genk naar Hasselt via de Universiteitslaan i.p.v. de Genkersteenweg;
  • voor studenten op zondagavond een rechtstreekse verbinding naar Hasselt en Genk, omdat de snelbussen naar Leuven werden afgeschaft;
  • het gebruik van de extra middelen voor het vervoer op maat, voor een betere ontsluiting van het platteland en de meest landelijke regio’s;
  • een ‘Maasshuttle’ als een verbinding tussen Maaslandse gemeenten en als een extra toeristische troef;

Landelijke Gilden is in het Maasland duidelijk niet alleen met deze eisen. Ook verschillende Maaslandse burgemeesters delen deze vraag naar aanpassing en een bezorgde inwoner startte zelfs een online petitie op die al meer dan 500 keer werd ondertekend. Met het plaatsen van 25 affiches wil Landelijke Gilden de algemene problematiek van het busvervoer op het platteland en de concrete vragen voor het Maasland, zichtbaar maken in het straatbeeld en zo de regiogenoten inlichten.

Omtrent de eerste eis, de frequentie van de busverbinding tussen Maaseik en Hasselt, vingen we alvast hoopvolle signalen op dat deze toch om de 30 minuten zou blijven rijden. Na de bordenactie was het op 26 oktober 2020 immers aan de Limburgse vervoerregio om zich uit te spreken over de plannen. De Maaslandse afdelingen zijn blij om te merken dat één van hun belangrijkste eisen, nl. een half uur frequentie tussen het Maasland en Genk, dan toch werd opgenomen in het nieuwe Openbaar Vervoerplan. Er blijft nog heel wat ruimte voor progressie op het vlak van Maaslandse mobiliteit, maar dit is alvast een stapje voorwaarts. 

Vervoerregio Heist-op-den-Berg

De afdelingen van Landelijke Gilden uit groot Heist vragen aandacht voor het busvervoer in hun regio. De verbinding van de omliggende dorpen met het centrum van Heist-op-den-Berg is al jaren een pijnpunt. Door het geleidelijk verdwijnen van de buurtwinkel om de hoek een vlotte verbinding met het handelscentrum essentieel voor de leefbaarheid van de omliggende dorpen.

De Mechelse vervoerregioraad werkte de afgelopen jaren een nieuw Openbaar Vervoerplan uit. Positief aan dit plan? De opwaardering van de verbindingen naar Tremelo en Herentals. Maar waar wringt dan het schoentje? Booischot, Pijpelheide en Zonderschot vormen een opvallend gat in de dienstverlening. Om dit gat weg te werken wordt gekeken naar het 'vervoer op maat', al is momenteel nog onduidelijk hoe dit er moet gaan uitzien. 

Verder verliest het aangrenzende Beerzel (buurgemeente Putte) haar rechtstreekse toegang tot Heist-op-den-Berg. Terwijl de huidige buslijnen de N15 verlaten en het centrum aandoen, laten de plannen Beerzel-centrum volledig links liggen. Aansluitend is het zeer jammer dat Heist-op-den-Berg de rechtstreekse bus naar Onze-Lieve-Vrouw-Waver verliest. Als schoolbus blijft de verbinding in de spits bestaan, maar daar buiten zal een overstap in Putte nodig zijn. Zeker voor studenten op a-typische momenten is een vlotte overstap een belangrijk aandachtpunt.  

De afdelingen van de Landelijke Gilden uit groot-Heist vragen daarom een aanpassing van het ontwerp-vervoersplan voor: 

  • een betere ontsluiting van de kernen Beerzel, Booischot, Pijpelheide en Zonderschot 
  • een vlotte overstap tussen de bus- en treinverbindingen, in het bijzonder in Putte naar Onze-Lieve-Vrouw-Waver  en in Tremelo en Heist-op-den-Berg naar Mechelen 
  • een verdere concretisering en een gelijktijdige uitvoering van het ‘vervoer op maat’ met een blijvende ontsluiting naar het ziekenhuis in Bonheiden 

Vervoerregio Alken 

De afdelingen van Landelijke Gilden uit Alken ervaren een goede busverbinding al jaren als een pijnpunt voor de landelijke kernen Kozen, Sint-Joris, Terkoest en Hakkeveld en ook de invoering van de basisbereikbaarheid lijkt weinig soelaas te bieden.

De Limburgse vervoerregioraad werkte het afgelopen jaar een nieuw Openbaar Vervoerplan uit. Het kernnet vormt de ruggengraat. Het bestaat uit rechte en snelle buslijnen tussen grote stedelijke kernen. Het aanvullend busvervoer brengt mensen uit de verder afgelegen dorpen naar dit kernnet en naar de treinstations. Voor het lokale, fijnmazige ‘vervoer op maat’ vormen de huidige belbussen het uitgangspunt.

In Alken behoort de lijn Sint-Truiden – Hasselt (lijn 21A) tot het kernnet. Positief is dat de frequentie verhoogd wordt van één naar twee bussen per uur. Om dit te realiseren sneuvelen er wel 3 stopplaatsen (Grens Alken Sint-Truiden, Hulzen en Zwarte Winning). Gelukkig wordt er aan het schoolvervoer niet geraakt.

Door het hertekenen van de buslijnen worden echter een aantal kernen niet meer bediend zodat er ‘gaten’ vallen in de dienstverlening. Momenteel wordt Kozen nog bediend door de lijn Sint-Truiden – Hasselt. Terkoest, Sint-Joris en Hakkeveld worden nog ontsloten door het Hasseltse stadsnet (lijn 17/71 en lijn 18). In het nieuwe plan verdwijnen deze verbindingen en worden de inwoners dus volledig afhankelijk van het ‘vervoer op maat’.

Het vervoer op maat is echter in het vervoerplan niet concreet uitgewerkt. Zo is het onduidelijk of de kernen effectief verbonden zullen worden met Alken-centrum. Vervoer op maat moet bovendien kwalitatiever en gebruiksvriendelijker zijn dan de huidige belbus. Het voorziene Vlaamse budget is echter ondermaats. Landelijke Gilden vreest dat er van een verbetering en uitbreiding van de belbussen weinig in huis zal komen. Dit is ook de reden waarom de afgevaardigde van de Gemeente Alken in de regioraad het vervoersplan niet heeft goedgekeurd.

Daarom vraagt Landelijke Gilde Alken een aanpassing van het ontwerp-vervoersplan voor:

  • een betere ontsluiting van de kernen Terkoest, Sint-Joris, Hakkeveld en Kozen
  • een verdere concretisering en een gelijktijdige uitvoering van het ‘vervoer op maat’ met een ontsluiting naar het nieuwe rustoord (in de Boskoopstraat)

Vervoerregio Koningshooikt

Koningshooikt is van oudsher op Mechelen georiënteerd. Het behoorde ook aanvankelijk tot de Mechelse vervoerregio, maar werd later toch naar de Antwerpse vervoersregio overgeheveld. Vanaf dat moment is het onduidelijkheid troef. Eind november werd een akkoord bereikt over het vervoersplan in de Mechelse vervoerregioraad. Dat gebeurde achter gesloten deuren, in de grootste stilte, zonder enige communicatie. Ook vanuit de Antwerpse vervoerregio bereikt ons zo goed als geen informatie. Bij de opstart van basisbereikbaarheid werd nochtans inspraak van het middenveld in het vooruitzicht gesteld.

Momenteel verbinden twee buslijnen (560 en 561) Koningshooikt rechtstreeks met Mechelen. In het Mechelse vervoerplan wordt Koningshooikt wel via Berlaar verbonden met Heist-op-de-Berg, maar een alternatief voor de huidige lijnen 560/561 ontbreekt. Er zal nog enkel twee keer per dag een schoolbus naar Onze-Lieve-Vrouw-Waver rijden. Vanuit Koningshooikt is er naar Mechelen steeds een omweg met een overstap nodig, ofwel in Putte, ofwel in Heist-op-de-Berg ofwel via Lier. 

Aangrenzende vervoersregio’s werken normaal ook samen om regio-overschrijdende vervoersproblemen aan te pakken. Zo wil bijvoorbeeld de Mechelse vervoerregio samenwerken met de Kempische om de bezorgdheden van Booischot weg te werken. Vandaag moeten wij echter vaststellen dat en nauwelijks overleg is met de stad Lier en dat er geen samenwerking is met de Antwerpse vervoersregio om de Hooiktse problemen gezamenlijk aan te pakken.

Terwijl er voor de omliggende gemeenten – Duffel en Sint-Katelijne-Waver die tot de vervoerregio Mechelen behoren – alternatieven voor de herschikte buslijnen werden uitgewerkt, is het voor de inwoners van Koningshooikt totaal onduidelijk welk busaanbod er in de toekomst nog zal zijn. Zo loert sociaal isolement en vervoersarmoede om de hoek, precies voor de meest kwetsbare, mensen zonder wagen of zonder rijbewijs en mensen met een beperking. En zo dreigen zij tussen de Mechelse en de Antwerpse vervoersstoel te vallen.

Vervoerregio Pajottenland

Ook de Landelijke Gilden uit Herne, Sint-Pieters-Kapelle, Elingen, Oudenaken/Sint-Laureins-Berchem en Vlezenbeek – vijf dorpen uit het Pajottenland - willen met 20 panelen 'Busje komt' langs invalswegen aandacht vragen voor een beter busvervoer op het platteland. De vervoerregio Vlaamse Rand werkte samen met de Lijn een nieuw openbaar vervoerplan uit. Met de nieuwe regeling dreigen vanaf 2022 grote delen van het Pajottenland en de Zennevallei zonder openbaar vervoer te vallen. Populaire lijnen krijgen er een hogere frequentie en lege bussen laten rondrijden heeft geen zin. Het eindresultaat is echter dat het busaanbod op het platteland onder het minimumniveau zakt en systematisch verschuift naar de dichtbevolkte rand rond Brussel.
 
De verschuiving kunnen we treffend illustreren met onze  vijf dorpen. Vlezenbeek ‘wint’ dankzij zijn ligging kort bij Brussel. De frequentie van de lijn Gaasbeek – Brussel wordt verhoogd en er komt een nieuwe buslijn van Vlezenbeek naar Sint-Pieters-Leeuw. Voor de drie andere dorpen wordt het busaanbod echter afgebouwd. Voor Elingen blijft de uur-frequentie van de lijn 163 Lennik – Halle behouden. Maar de andere vaste-uur-verbinding, de lijn 144 Leerbeek – Brussel, zal enkel nog in de spits rijden. Voor Oudenaken en St-Laureins-Berchem zal buiten de spits daardoor het hoofddorp Sint-Pieters-Leeuw niet langer direct bereikbaar zijn. Momenteel bedraagt de reistijd 11 minuten. Straks zal dat buiten de spits oplopen tot 50 minuten, de overstaptijd in Halle niet meegerekend. Ook Herne en Sint-Pieters-Kapelle zien hun busaanbod verminderd. Herne heeft gelukkig nog een station, maar dat ligt 1,5 km buiten het centrum. Zeker voor ouderen of mensen die slecht te been zijn, geen evidentie.
 
Ook in het Pajottenland stelt men zich de raag of het 'vervoer op maat' voldoende is om de gecreëerde gaten op te vangen. De vervoerregio werkte voor de Vlaamse Rand een gedetailleerd plan uit en berekende dat er vier miljoen euro nodig is. De Vlaamse rand krijgt echter maar 350.000 euro. Dat is slechts een tiende van het benodigde budget en goed voor vervoer op maat in amper twee tot drie gemeenten. 
 
Met hun protest staan de Landelijke Gilden zeker niet alleen. Negen gemeenten uit het Pajottenland en de Zennevallei trokken ook al aan de alarmbel: Roosdaal, Gooik, Drogenbos, Herne, Halle, Beersel, Sint-Genesius-Rode en Bever.
 
INTERESSANTE LINKEN
De volledige nota van Landelijke Gilden over basisbereikbaarheid
Persbericht en verslag bordenplaatsactie regio Maasland
Persbericht regio Heist-op-den-berg
Persbericht regio Alken
Persbericht regio Koningshooikt
Persbericht regio Pajottenland